Chaos
Voorafgaande aan de stemming over een voorstel om de CGK uit de impasse te helpen verklaarde de preses van de synode dat er 80% voorstemmers nodig waren, omdat het voorstel anders onvoldoende draagvlak zou hebben. Dat is meteen al een merkwaardige gang van zaken, omdat die tegen de kerkorde ingaat. Die verklaart in artikel 31: ‘Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig worden gehouden’. Dat is dus alles boven de 50%. De afwijking daarvan geeft al aan dat we in een chaos zijn aanbeland, om maar te redden wat er te redden valt. Het voorstel heeft de 80% niet gehaald. Het bleef steken op 72% (na aftrek van de negen blanco stemmers).
Willekeur
Ik bedoel hier niet mee dat de verwerping me spijt. Hans Bügel geeft een scherpe analyse van wat er mis is met het voorstel (zie zijn ‘Vuile handen’). Het is me meer om de willekeur te doen. Als 80% de norm is voor voldoende draagvlak, waarom is die norm dan niet eerder gehanteerd? Bijvoorbeeld bij de besluiten over homoseksualiteit en vrouw en ambt.
Spiegel
Opnieuw is het niet mijn bedoeling hiervoor te pleiten. Het gaat me erom de kerkbestuurders een spiegel voor te houden. Ook bij die besluiten ging het om ingrijpende zaken. Zelfs was het zo dat voorstanders van meer ruimte voor homo’s met een relatie en van vrouwen in het ambt zich met overtuiging op de Bijbel beriepen en beroepen. Als dan een meerderheid van 50%+ aan een minderheid iets opdringt wat door die minderheid als knellend en gewetens bindend wordt ervaren, dan is het zaad van onderlinge verwijdering gestrooid. En die verwijdering lijkt nu uit te lopen op een breuk. Vrij laat dus, om nu 80% aan te houden, en al die eerdere keren dat het erop aankwam met minder genoegen te nemen.
Structurele fout
Wat ik eigenlijk wil betogen, is dat het opleggen van gewetens bindende besluiten niet gereformeerd is, maar immoreel en buiten de kerkelijke orde. Ik haalde artikel 31 aan: ‘Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig worden gehouden’. Daarachter staat geen punt, maar een komma. Het vervolg luidt: ‘tenzij bewezen wordt, dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis of de kerkorde’. Als bezwaarden tegen het beperkende besluit hun bijbelse argumenten hebben gegeven, en de synode die niet heeft weerlegd, gelden voor de bezwaarden die argumenten onaangetast als bijbels bewijs. Dat weerleggen is nooit gebeurd. Wel zijn ze weersproken en is er een alternatieve lezing van de Bijbel gegeven, maar dat is geen weerlegging. Het is bij uitstek gereformeerd om dan bij je bijbelse bezwaren te blijven en daarnaar te handelen.
Het doet dan ook geen recht aan de kerkenraden die vrouwen in het ambt hebben bevestigd, dat zij in het voorstel van het synodebestuur worden getypeerd als kerken die vrijer met de kerkorde willen omgaan. Dat is niet wat die kerken willen. Ze willen op een geestelijke manier met de kerkorde omgaan, gebaseerd op een eerbiedig verstaan van de Bijbel; met die kerkorde die zelf de binding aan kerkelijke besluiten onder een voorbehoud zet.
We zijn nog lang niet uitgepraat
De bezwaren van hen die wel meer ruimte voor homo’s en vrouwelijke ambtsdragers zien, zijn afgedaan met de mantra: ‘dat is nieuwe hermeneutiek’, ‘toegeven aan de tijdgeest’. Het is echt onkunde en onwil die zo spreekt en zich daarmee van de uitdaging om dieper door te denken afmaakt.
Wat we nodig hebben is de bereidheid om echt met elkaar in gesprek te gaan. We zijn nog lang niet uitgepraat. In die gesprekken kan duidelijk worden gemaakt dat voorstanders van ruimte voor homo’s en vrouwen zielsgraag zich op de Bijbel baseren omdat die hun dierbaar is.
Het valt niet uit te sluiten dat er desondanks verschillen van inzicht blijven bestaan. Maar zouden we die dan liever niet in Gods handen leggen, in plaats van vast te houden aan de gedachte ‘ik heb toch gelijk’? In die laatste houding zit een hoogmoedige trek, ondanks alle ootmoed die gepredikt wordt.
En niet zover gaan dat we in onze oude fout vervallen dat de minderheid onder het juk van de meerderheid heen moet, puur omdat de meerderheid het eens is, zelfs al is die minderheid kleiner dan 20%.