De basis voor de kerkelijke eenheid

In verband met de besluitvorming rond vrouw en ambt heeft de synode 2019-2022 van de CGK uitgesproken dat kerkelijke eenheid zich nooit verdraagt met plaatselijk voorbijgaan aan landelijke besluiten. Hoe zwaar de synode hieraan tilt, blijkt wel uit het feit dat even later in iets andere woorden hetzelfde wordt uitgesproken: dat kerkelijke eenheid zich nooit verdraagt met volhardend afwijken van kerkelijke besluiten.

Dit doelt natuurlijk op de praktijk van plaatselijke kerken die tegen synodale besluiten in toch vrouwen kandidaat stellen voor de ambten van ouderling of diaken en hen, wanneer zij verkozen zijn, ook in het ambt bevestigen.
In dat licht is deze stevige opstelling wel te begrijpen, maar is ze ook terecht? Kunnen we de eenheid van de kerken mede baseren op het nakomen van kerkelijke besluiten?
Hieronder wil ik laten zien dat deze opvatting in strijd is met de Bijbel, met onze belijdenis en met onze kerkorde.

In Mattheüs 16:18 verklaart onze Heiland na de belijdenis van Petrus: ‘En Ik zeg je: jij bent Petrus, en op die rots (petra) zal Ik mijn kerk bouwen.’ Die belijdenis van Petrus luidde: ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God.’ De ene kerk van Jezus Christus is gebouwd op de belijdenis van Petrus dat Jezus de messias (= Christus, gezalfde koning van God) is.

In Efeziërs 4:15-16 schrijft Paulus: ‘Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus. Vanuit dat hoofd krijgt het hele lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt op eigen wijze bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt in de liefde.’
De eenheid van de kerk is de eenheid van het lichaam van Christus, waarvan Hij het hoofd is. Dat duidt erop dat de eenheid bestaat in de geloofsverbondenheid met Christus, en naar een elkaar opbouwen in de liefde die Hij aan ons bewijst en die ons aan Hem en elkaar verbindt. Nergens anders in.

Of zou afwijking van synodale besluiten gekarakteriseerd moeten worden als eigenmachtig handelen en daad van liefdeloosheid richting het kerkverband? Dan zou de liefde ontbreken waarover Efeziërs 4 spreekt. Aan het eind kom ik hierop terug. Dan zal blijken dat niet liefdeloosheid afwijking van synodebesluiten motiveert. Voor nu is het van belang vast te stellen dat volgens de passage uit dit hoofdstuk de eenheid van de kerken geestelijk is: ze bestaat in de geestelijke verbondenheid met Christus.

Hetzelfde vinden we in artikel 27 en 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Artikel 27 verklaart: ‘Wij geloven en belijden een enige katholieke of algemene Kerk. Zij is een heilige vergadering van de waarlijk gelovige christenen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest… Zij is verbreid en verstrooid over de gehele wereld en toch met h art en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof.’ Het gaat dus om een geestelijke eenheid. Die eenheid heeft niet alleen een onzichtbare zijde, maar ook een zichtbare. Want, zegt artikel 28, ‘allen behoren zich bij haar te voegen en zich met haar te verenigen om de eenheid der Kerk te bewaren’.

Ten slotte, in de kerkorde, artikel 52, worden de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels de drie formulieren van enigheid genoemd. Dat betekent dat op die belijdenis – als het kerkelijke antwoord op het Woord van God – onze eenheid als kerken gefundeerd is. Dat wil ook zeggen: niet op allerlei andere kerkelijke bepalingen.

De conclusie moet zijn dat de Schrift, de belijdenis en de kerkorde ons leren dat kerkelijke eenheid niet gebaseerd is op het zich houden aan allerlei kerkelijke besluiten. Daarvan mag de kerkelijke eenheid dus ook niet afhankelijk worden gemaakt, wat in de gewraakte synodale uitspraken wel gebeurt.

Dit neemt niet weg dat volhardend afwijken van landelijke afspraken de eenheid onder spanning zet. Indien binnen een gemeente echter zwaarwegende en voor de kerkenraad doorslaggevende redenen bestaan om dit te doen, tot heil van de gemeente, hoeft dit niet te worden opgevat als schoffering van het kerkverband of het aansturen op een breuk. Dan getuigt het bevestigen van vrouwen in een ambt tegen het synodebesluit in niet per definitie van ‘voortgaan op een weg van eigenmachtig handelen en het negeren van kerkelijke uitspraken’ (aldus een taxatie van de synode). Dat is dan niet het geval, wanneer publiek rekenschap wordt gegeven van het Bijbelse recht tot het aanvaarden van vrouwelijke ambtsdragers (zie mijn vorige blog). Vervolgens is van belang dat de kerkenraad het pastoraal onverantwoord acht om de wens vanuit de gemeente te negeren, omdat dit schade zou toebrengen aan het gemeente-zijn. Deze combinatie van Bijbelse verantwoording en pastorale bewogenheid moge duidelijk maken waarom de typering ‘eigenmachtig handelen’ in dit geval niet van toepassing is. Het gaat om een handelen in gehoorzaamheid aan Christus.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Opschortende werking

In het algemeen heeft het aanvragen van revisie of het indienen van het bezwaarschrift (appel) tegen een kerkelijk besluit in de CGK opschortende werking. Toegepast op het besluit om vrouwen niet toe te laten in een ambt zou dit betekenen: tot aan de behandeling van daartegen ingebrachte revisieverzoeken in 2024 is de uitvoering van het besluit opgeschort. In die tussentijd zouden dan wél vrouwen in het ambt mogen worden bevestigd. In ieder geval zou die bevestiging niet kunnen worden bestraft.

Nee, zeggen de deputaten kerkrecht en kerkorde, dat is niet zo, want ook al heeft het revisieverzoek opschortende werking, er ligt al een besluit en dat blijft automatisch van kracht. In 1998 heeft de toenmalige synode besloten dat het aanstellen van vrouwelijke ambtsdragers geen optie is. Bij de opschorting van het huidige besluit vallen we automatisch terug op dat vorige, nog steeds van kracht zijnde besluit.

Op zichzelf is tegen deze gedachtegang weinig in te brengen. Maar de synode heeft in 2022 in de besluitvorming over vrouw en ambt méér besloten dan vrouwen de mogelijkheid van ambtsvervulling te ontzeggen. Zij heeft ook besloten ‘uit te spreken dat kerkenraden geen beroep kunnen doen op een standpunt dat door de synode niet is overgenomen, om op die wijze een handelwijze te legitimeren’. Revisie vragen van dít besluit heeft wél opschortende werking, omdat hier de achtervang ontbreekt van vroeger genomen besluiten waarop je automatisch terugvalt. Hoe zou een revisieverzoek tegen dit deel van het besluit eruit kunnen zien? Ik geef een voorzet.

In de kerk heeft niet een kerkelijk besluit, maar de Schrift het laatste woord. Zie de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7. Daar wordt beleden dat geen decreten of besluiten – en dus ook geen synodebepalingen – gelijkgesteld mogen worden met de goddelijke Schriften. In overeenstemming hiermee staat in artikel 31 van de kerkorde: ‘Wat bij meerderheid van stemmen uitgesproken is, zal voor vast en bondig (dat is: bindend) worden gehouden, tenzij bewezen wordt, dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis of de kerkorde.’

De huidige CGK-redactie van artikel 31 van de kerkorde zou de suggestie kunnen wekken dat toch de synode het laatste woord heeft: als je Bijbelse bezwaren hebt, vraag je revisie aan of ga je in appel. De kerkelijke vergadering bepaalt of die bezwaren terecht zijn. Aan die uitspraak moet je je dan houden. Deze uitleg is echter in strijd met artikel 7 NGB. In dat geval zou de kerk het laatste woord hebben, en niet de Schrift. Ze is ook in tegenspraak met de oorspronkelijke redactie van artikel 31 KO zelf. Die spreekt eerst van het recht van appel, en eindigt met de opmerking over vast en bondig, tenzij bewezen wordt, etc.

Dat de Schrift het laatste woord heeft, zelfs boven kerkelijke uitspraken, behoort tot de kern van het gereformeerde belijden (vgl. ook NGB artikel 29 over de valse kerk die aan zichzelf meer gezag toekent dan aan Gods Woord). Het besluit van de synode ‘dat kerkenraden geen beroep kunnen doen op een standpunt dat door de synode niet is overgenomen om op die wijze een handelwijze te legitimeren’ is hiermee in strijd. En een besluit dat in strijd is met de Schrift, de belijdenis en/of de kerkorde is volgens artikel 31 van de kerkorde niet bindend.

Maar wacht even. Moet de kerkenraad dan niet eerst bewijzen dat het synodebesluit in strijd is met de Schrift, enz.? Ja, dat is zijn taak. Maar bij de synode ligt ook een bewijslast: als zij de Bijbelse verantwoording van het verzoek afwijst, moet zij die ook weerleggen. Want stel je voor: de indiener geeft een grondige Bijbelse argumentatie, maar de synode weerlegt die niet. Ze bestrijdt die wel, ze geeft er allerlei negatieve kwalificaties aan en stelt zelf een alternatieve voorstelling van zaken op met beroep op de Bijbel, maar ze weerlegt niet. Althans, de indiener ziet zijn voorstel niet overtuigend weerlegd. Dan staat voor hem zijn Bijbelse motivering nog helemaal overeind. Het feit dat de synode die afwijst zonder die te weerleggen, is voor hem een bewijs (koppel dit aan artikel 31 van de kerkorde: ’tenzij bewezen wordt’) dat de synode in strijd komt met de Schrift, dat is: met de legitieme Bijbelse verantwoording door de kerkenraad.

Dus ja, de synode moet weerleggen, of anders de zaak vrijgeven. Als het Schriftberoep door kerkenraden die vrouwelijke ambtsdragers aanstellen door de synode weliswaar is tegengesproken maar niet is weerlegd, dan is het beroep op de Schrift door kerkenraden die vrouwen bevestigen in een ambt legitiem.

Deze confessionele en kerkordelijke argumenten leiden tot de conclusie dat kerkenraden  wél een beroep kunnen doen op een standpunt dat door de synode niet is overgenomen. Dat is het geval wanneer Bijbelse argumenten tot een standpunt leiden dat door de synode niet is weerlegd.

Dat vraagt van een kerkenraad wel dat die laat zien dat de Bijbelse argumentatie voor de vrouw in het ambt nog steeds overeind staat, en dat het schadelijk voor de gemeente zou zijn als vrouwen niet zouden worden ingeschakeld in de ambtelijke dienst. Het aantonen van dat laatste is nodig om duidelijk te maken dat – ter wille van de bredere kerkelijke eenheid – afzien van vrouwelijke ambtsdragers voor hem geen begaanbare weg is.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Afscheidswoorden

Op 5 oktober is mij op de najaarsclassis van ‘s-Gravenhage emeritaat verleend. Met andere woorden: ik mag nu met pensioen. Ten afscheid heb ik daarbij de volgende woorden gesproken.

We hoeven er niet omheen te draaien. Binnen de kerken ben ik het grootste deel van de ruim 40 jaar dat ik er predikant mocht zijn door velen gezien als buitenbeentje. Via publicaties kaartte ik thema’s aan waarvan ik vond dat die onvoldoende waren doordacht en die uitermate gevoelig bleken te liggen.

Te denken is aan de leer van het verbond der verlossing, de aard van het Schriftgezag, de ethiek in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder, en vrouw en ambt. Het bleek allemaal controversieel. Een uitzondering vormde mijn boek over de kinderdoop, dat van links tot rechts positief is ontvangen.

Het is niet mijn bedoeling om inhoudelijk om deze thema’s in te gaan. De reden dat ik dit noem is niet alleen dat ik eerlijk wil zijn. De andere reden is dat ik wil duidelijk maken hoe ik in de kerken stond en sta.

Van tijd tot tijd is mij gevraagd: hoe houd je het in die kerk uit? Waarom stap je niet over naar een andere kerk? Het antwoord komt hierop neer dat ik mij in deze kerken geroepen wist. Vier gemeenten heb ik mogen dienen. Viermaal heb ik op de vragen bij de bevestiging geantwoord met: ‘ja, met heel mijn hart.’ Het was mijn roeping en mijn passie om daar het Woord van God uit te leggen en mij ook breder theologisch op de waarheid van het evangelie te bezinnen.

Of het altijd gemakkelijk was? Dat is iets anders. Als ik in het pre-e-mailtijdperk de post met een doffe plof op de mat hoorde neerkomen, bezorgde me dat een steen op mijn maag. Het dieptepunt was nog niet eens dat er aandrang op mij werd uitgeoefend om een boekje uit de handel te nemen. Daar zat nog iets in van het wijzen van een uitweg om uit de kerkelijke impasse te komen. Het dieptepunt was dat mijn lidmaatschap van het curatorium door de rest van dat curatorium en het college van hoogleraren niet langer op prijs werd gesteld. Of ik me maar wilde laten vervangen door mijn secundus.

Later heeft men mij in de marge van het kerkelijke leven meer met rust gelaten. Ik ging door het leven met een soort Kaïnsteken dat mij werd opgeplakt door de mensen. Althans, zo voelde het.

Tegelijkertijd heeft God de Heer het mij gegeven om zonder verbittering met toewijding Hem en zijn kerk te kunnen dienen. Stel je voor dat ik er uit was gegaan. Dan had ik woordbreuk en trouwbreuk gepleegd. Dan had ik een scheur getrokken in de ene kerk van Christus. Ik had me immers concreet van een gemeente waaraan ik verbonden was, afgescheurd. Dan had ik mijn Heer ontluisterd. Die Heer en zijn ene kerk, lichaam van Christus, heb ik zo hoog dat ik dat niet op mijn geweten wil hebben.

Ik dank God dat Hij het mij geeft mijn loop ten einde te kunnen brengen, en dat Hij mij aan kerkenraden heeft verbonden die in mij hun vertrouwen zijn blijven stellen. Ook op classisniveau heb ik met de gaven die mij zijn toebedeeld mijn inbreng kunnen leveren. Daar dank ik ook jullie voor.

Maar mag ik u als mijn broeders op het hart binden: blijf de verbinding zoeken, verbreek de eenheid niet, ook niet als de interpretatie van de Bijbel tot verschillende uitkomsten leidt en je elkaar niet in alles kunt volgen. Verheerlijk je Redder door eenparig Hem de lof te brengen en elkaar tot een hand en een voet te zijn in zijn ene kerk. Houd elkaar vast!

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Manipulatie

In een vraaggesprek met Hilbert Meijer in het ND van 16 september 2022 spreekt Reinier Sonneveld over zijn nieuwe boek Reli detox. Genezen van religieuze manipulatie. Zijn belangrijkste mikpunt in dit gesprek is de manier waarop in zware refokerken de verdorvenheid van de mens wordt geleerd en de predikant als geroepen dienaar van God met zijn strenge boodschap geacht wordt boven alle kritiek verheven te zijn. Hij richt zich tegen gemeenschappen waar mensen met religieuze argumenten onder druk worden gezet. Het gaat dan om argumenten als: ‘God wil dit’, of: ‘kritiek hierop is van de duivel’. In zijn contacten is hij veel verkreukelde, beschadigde mensen tegengekomen die in zulke gesloten, autoritaire kringen zijn opgevoed. Hij ziet een combinatie van factoren die tot een manipulatieve cocktail leiden: een dominee die je niet kunt tegenspreken omdat hij door God geroepen zou zijn, een zondebesef dat iedere kritiek verdacht maakt, en een geslotenheid die het lastig maakt tegenstemmen te horen.

In deze blog ga ik op zijn voorstelling van zaken in. Voor de duidelijkheid: ik beperk me tot dit gespreksverslag, het boek heb ik niet gelezen. Dat kan ook nog niet, want het verschijnt pas op 23 september. Maar het krantenartikel geeft genoeg stof tot overdenking.

Waarom heb ik moeite met zijn voorstelling van zaken? Niet omdat ik zou ontkennen dat misstanden aan de orde kunnen zijn. Voorgangers kunnen inderdaad status en macht zoeken en daar hun positie voor misbruiken. Als de mens in het algemeen geneigd is tot alle kwaad, geldt dat ook van de voorganger. Hij is immers ook een mens. Ik sluit niet uit dat er veel van zulke voorgangers rondlopen. En verder: er bestaan gesloten subculturen waar mensen geen ruimte krijgen om hun zichzelf en hun eigen zienswijze te ontwikkelen.

Maar om deze misstanden nu te verbinden met de Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 8 (de mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad) en met de predikant als geroepen door God, alsof daarmee manipulatie in de hand gewerkt wordt… Van manipulatie spreek je als iemand met zijn pogingen tot beïnvloeding – bewust of onbewust – twijfelachtige bedoelingen heeft. In veel gevallen is dat niet aan de orde. En bedenk wel: pogingen tot beïnvloeding zijn op zichzelf niet verkeerd. Ze maken voor een groot deel het werk van een predikant en van veel andere beroepen uit.

Op een gegeven moment doet Sonneveld ook aan zijn eigen geloofwaardigheid afbreuk. Stelligheid van spreken beschouwt hij als een rode vlag. Dat betekent nog niet dat er van manipulatie sprake is, maar wel: kijk uit, het risico is daar! In plaats van te zeggen: ‘dit vindt God’, zou je moeten zeggen: ‘ik heb er lang over nagedacht en ik denk dat dit nu het beste is wat ik over God kan zeggen’. Volgens mij is dat niet waar, de dienaar van God moet kunnen zeggen: ‘zo spreekt de Heer!’ Maar dat is nu niet mijn punt. Mijn punt is dat Sonneveld zelf ook met grote stelligheid spreekt over geloofszaken. Resoluut stelt hij: wij zijn zeker in staat tot enig goed. De catechismus geeft geen correcte waarneming van hoe mensen in elkaar zitten (‘onbekwaam tot enig goed’).

Zie je hier de adder onder het gras? De structuur van zijn redenering is precies dezelfde als die welke hij op de korrel neemt. Eerst zegt hij: zó is het en niet anders. Vervolgens bedenken we: deze uitspraak is ingebed in een artikel waarin de tegengestelde mening (namelijk dat de mens geneigd is tot alle kwaad) schadelijk wordt gevonden en als een rode vlag wordt getypeerd voor manipulatie. Met andere woorden: kritiek op zijn standpunt mag niet (want: leidt tot manipulatie). Manipuleert Sonneveld hier niet zelf, in de zin waarin hij het begrip manipulatie gebruikt? Manipulatie als inherent aan ‘stellig spreken’ en ‘kritiek verboden’. Het lijkt erop dat hij in zijn afkeer van een gereformeerde, Paulinische grondwaarheid manipulatief deze framet als manipulatief.

Mijn grootste zorg is dat zijn boek veel schade zal berokkenen aan een eerlijke, radicale maar ook troostende prediking over de toestand van de mens. Hoeveel plaats zal daarvoor nog zijn, als gemeenteleden worden gemobiliseerd om stevige taal die geen tegenspraak duldt omdat ze van Godswege klinkt, als manipulatief weg te zetten? De ervaring heeft me geleerd dat dit tot frustrerende discussies leidt en uiteindelijk vertrek uit de gemeente. En laat niemand mij voorwerpen dat ik het toonbeeld van een autoritaire voorganger ben die uit is op bevestiging van zijn eigen positie. Mijn verkondigende activiteiten gaan bij tijden gepaard met vrees en beven. Maar de wil om trouw te zijn aan mijn Heer doet mij zeggen: zo en niet anders.

Geplaatst in Uncategorized | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Schieten in je eigen voet

In Nader Bekeken van augustus 2022 reageert collega Pieter Boonstra onder meer op mijn repliek op een eerder artikel in dat blad. Deze repliek kunt u vinden als de blog die ik op 28 januari 2022 heb geplaatst. Helaas gaat hij maar op weinig in wat ik daar naar voren breng, maar wát hij erover zegt, pleit niet voor maar tegen hem. Met zijn argumentatie schiet hij in zijn eigen voet.
Zijn reductie tot één punt heeft één positief effect: het maakt de discussie overzichtelijk. Alles staat of valt met de geldigheid van wat hij op dat ene punt naar voren brengt.

Hij maakt bezwaar tegen mijn opvatting dat we in de Bijbeluitleg moeten proberen te achterhalen wat de schrijver in zijn eigen context heeft willen zeggen en willen bereiken. Vervolgens moeten wij ons dan afvragen wat die intentie in onze, vaak afwijkende context impliceert.
Bijvoorbeeld: Als Paulus met het zwijgen van de vrouw zou beogen dat het in de gemeente niet wanordelijk toegaat en dat er geen onzin wordt verkocht, vragen wij ons af: wat is daarvan voor ons de strekking in een context waarin vrouwen hetzelfde opleidingsniveau hebben en dezelfde ontwikkeling doormaken als mannen? Misschien wel een andere dan dat vrouwen moeten zwijgen.
Het gaat me nu even niet om het waarheidsgehalte van het voorbeeld, maar om een illustratie van de invloed van een gewijzigde context op de toepassing van wat we in de Bijbel lezen.

Wat is nu de reactie van Boonstra? Hij beroept zich op een onderscheid uit de Angelsaksische taalfilosofie. Hij zegt: een taalhandeling bestaat uit een illocutie en uit een perlocutie. De illocutie is dat wat de spreker of schrijver bedoelt te zeggen, zijn intentie, bijvoorbeeld een verzoek, een constatering of een bevel. De perlocutie is het effect dat hij bij zijn hoorders of lezers probeert te bereiken. Boonstra’s stelling is: de exegese gaat over de illocutie, niet over de perlocutie. Voor die laatste moet je te veel veronderstellen wat je niet zeker weet. Een reconstructie daarvan kan aannemelijk zijn, maar is altijd subjectief. Mijn verwijt dat hij de Schriftuitleg veel te smal maakt, pareert hij met de bewering dat ik die veel te breed maak. Volgens hem moet de uitleg beperkt blijven tot de propositionele inhoud van de tekst. Waarom vind ik dat onzin?

In de eerste plaats: je beroepen op een bepaalde filosofie is riskant. Filosofische analyse is heel nuttig en kan verhelderend zijn. Maar filosofie is in beweging, niets ligt daar vast. Wat vandaag wordt aangenomen, ligt morgen onder vuur. Een filosofische onderscheiding kan nooit een dispuut beslissen. Maar áls je je dan op een filosofisch onderscheid beroept, doe het dan wel goed.

En daar gaat het mis. Het onderscheid tussen illocutie en perlocutie wordt in de taalfilosofie inderdaad gemaakt, maar let wel op hoe dat gebeurt. Het zijn aspecten van één taalhandeling. Die kun je wel onderscheiden, maar niet van elkaar scheiden. Het ene aspect is niet zonder het andere. Als je goed kijkt, zie je de illocutie en de perlocutie dicht bij elkaar liggen. De illocutie is datgene wat de spreker/schrijver beoogt te communiceren, de perlocutie het effect dat hij probeert te bereiken. Die twee liggen in elkaars verlengde. Zodra je intentie zegt, zeg je bedoeling, beoogd effect. Pas als je op alle niveaus (waaronder illocutie en perlocutie) de tekst tot zijn recht laat komen, heb je de tekst verklaard.
Hier komt nog iets bij. In een eerder stadium verweet Boonstra mij dat ik op zoek ging naar de intentie van de auteur. We zouden ons moeten beperken tot zijn woorden (de propositionele inhoud, dat wat de uitspraak uitspreekt). Maar nu omhelst hij de illocutie en benoemt die als de intentie van de auteur. Dus toch de intentie!

Dat kan ook niet anders. Taalhandelingen bestaan niet alleen uit proposities, dat zijn stellingen die alleen maar waar of onwaar kunnen zijn. Ze bestaan ook uit beloften, verlangens, emotionele uitingen, bevelen, lofprijzingen, uitingen van bezorgdheid, bemoedigingen, waarschuwingen. Dat is veel meer dan propositionele inhoud. Als je de uitleg daartoe beperkt, mis je allerlei lagen die in de taalhandelingen ook worden uitgedrukt. Je houdt een opsommerige, droge, vlakke, onbewogen tekst over die niet eens boodschap mag heten, want ‘boodschap’ verwijst naar een intentie, en een intentie (zoals een bevel, een gebed of een bemoediging) is geen propositie.

Ik begrijp dus niet hoe het onderscheid tussen illocutie en perlocutie Boonstra kan helpen zijn punt te maken. Het getuigt juist tegen hem. Wie illocutie zegt, zegt intentie, en wie intentie zegt, heeft het ook over wat de auteur wil bereiken, al dan niet bewust. Bijvoorbeeld: wie een bevel geeft, heeft als intentie zijn gezag te laten gelden, en ook om de dingen te laten gebeuren zoals hij dat wil (illocutie). Wie die intentie heeft, wil ook dat de ontvanger van het bevel daarnaar handelt (perlocutie). Waar hebben we het over?

We hebben het over iets wat door het onderscheid illocutie – perlocutie niet wordt gedekt, namelijk over datgene wat een auteur precies wil uitdrukken en gedaan wil krijgen en waarom. Dan heb je het over heel andere zaken: over wereldbeeld, over de verstaanshorizon van de schrijver en van de lezer, over de misverstanden die hierover gemakkelijk ontstaan, over het belang om je eigen vooronderstellingen te kennen om te voorkomen dat je die normatief maakt, zodat je je eigen interpretatie tot de enig juiste verklaart en daarmee tot geestelijke hoogmoed vervalt. Te veel om in deze blog uit te werken. Lees daarvoor mijn brochure Hoe komt de kerk uit de crisis? van eind 2021, de brochure die voor Boonstra aanleiding was voor zijn kritiek in januari 2022.

Wat mij een gevoel van onbehagen geeft, is dat nu met een enkele onderscheiding (illocutie – perlocutie) die tegelijk heel gewichtig en deskundig oogt, de lezer van Nader Bekeken wordt geïmponeerd. Die moet nu wel denken: wat dom van die Loonstra, dat hij niet eens het verschil tussen illocutie en perlocutie kent. Maar het is een vertoon van schijngeleerdheid waarmee de auteur de plank mis slaat.

Dat brengt me tot een slotopmerking richting de redactie van Nader Bekeken. Wat heeft het voor zin om bij een verschil van inzicht slechts één deelnemer aan de discussie aan het woord te laten? Het gevolg is dat zijn opponent alleen maar via hem aan het woord komt. En dat – ik zei het in het begin al – is heel selectief. Lezers worden daar niet echt wijzer van. In ieder geval worden ze niet uitgenodigd om zelf na te denken. Ze worden bevestigd in hun eigen bubbel. Op veel terreinen van het leven zien we dat dit heilloos is. In de kerk zou het anders moeten gaan.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Met de rug tegen de muur

Boeren hebben het gevoel dat ze met de rug tegen de muur staan. Hun inkomen, hun wijze van leven, hun toekomst en die van hun kinderen staat op het spel. Dat verklaart de heftige acties die nu al een poos aan de gang zijn. Zij voelen zich niet begrepen en hebben het idee dat ze tot het kind van de rekening worden gemaakt. Toch heb ik mijn vraagtekens.

Het stikstof
Alles wordt nu op de stikstofnormen gegooid. Eerst worden bepaalde gebieden tot natuurgebied verklaard en als zodanig behandeld, wat al een aantal boeren de kop heeft gekost, vervolgens wordt de stikstofnorm voor boeren in de buurt daarvan zo scherp gemaakt, dat er maar één ding rest: stoppen met je boerenbedrijf. Dat steekt, zeker als je bedenkt dat die stikstofnorm in Brussel is bedacht, en dat stikstof niet eens het grootste milieuprobleem veroorzaakt. De focus op stikstof is grotendeels kunstmatig. Typisch weer zo’n regel die ambtenaren van achter hun computer hebben bedacht.
Dat alles mag waar zijn, maar als het waar is dat het stikstofprobleem slechts een kleinigheid is ten opzichte van andere milieuproblemen. Laten we dan dat grote geheel ook onder ogen zien: de kunstmatig te laag gehouden grondwaterstand, het gebruik van kunstmest, de productie van methaangas door de koeien – een zeer schadelijk broeikasgas.
Vanuit deze totaliteit van bedreigingen van het milieu door het boerenbedrijf wordt de druk op de boeren alleen maar groter. Laat het waar zijn dat stikstof maar een klein detail is in het geheel, dat detail kan wel een aangrijpingspunt worden om het grote geheel aan te pakken. We komen toch niet verder door het alarmerende mondiale klimaatprobleem te ontkennen of te bagatelliseren.

De overheid en de banken
Tien jaar geleden moedigde de overheid nog schaalvergroting aan, en banken probeerden boeren te bewegen met nieuwe kredieten grotere stallen te bouwen voor meer vee. En nu mag het ineens niet meer! Begrijpelijk, die verontwaardiging. De overheid is onbetrouwbaar, daar is geen peil op te trekken. Bovendien stapelt de overheid al jaren milieumaatregel op milieumaatregel, waarmee de boer op kosten wordt gejaagd.
Ook hier begrip mijnerzijds, maar niet alleen begrip. Dat de overheid wispelturig en kortzichtig is, heeft ermee te maken dat we in een democratie leven, die is per definitie wispelturig. De waan van de dag regeert. Als je pleegt na te denken, wist je dat tien jaar geleden ook al. En toen werden ook al grote zorgen geuit over de ontwikkelingen in het milieu en de landbouw. Boeren hadden toen al voor biologische landbouw kunnen kiezen. Ze zijn er wel zelf bij geweest toen ze hun keuzes maakten, en ze blijven daar wel zelf verantwoordelijk voor.

Protesteren met trekkers
Het gebruik van trekkers is een krachtig protestmiddel. Zulke grote gevaarten kunnen het verkeer lamleggen en daarmee een deel van het openbare leven ook. Ze imponeren door hun omvang en aantal. Maar hoe geloofwaardig is dit massale gebruik? Met behulp van getallen op internet maak ik een ruwe schatting van het vervuilende effect. Bij de grote protestdag in Barneveld waren 20.000 trekkers betrokken. Laten we aannemen dat ze gemiddeld op die dag elk 200 km gereden hebben. Een beetje moderne trekker gebruikt 6,3 liter diesel op 100 km. Bij een liter diesel komt 2,6 kg CO2 vrij. Diesel stoot veel meer stikstofoxiden uit dan benzine. Het lukte me niet om de hoeveelheid van die uitstoot te schatten. Maar Bij 20.000 trekkers die gemiddeld 200 km rijden is de uitstoot van CO2 655.200 kg, ruim 650 ton. Alle volgende acties niet meegerekend. Met dit soort protesten geeft de sector er geen blijk van het milieuprobleem van de opwarming van de aarde serieus te nemen. Dat maakt hen er niet geloofwaardiger op.

Omgekeerde vlag
Boeren en hun sympathisanten hebben overal in Nederland waar dat maar mogelijk was omgekeerde vlaggen opgehangen: blauw – wit – rood. Dat is iets wat niet op mijn begrip kan rekenen. Onze nationale vlag heeft een symbolische betekenis. De driekleur staat symbool voor zwaar bevochten vrijheid, een democratische rechtsorde, soevereiniteit, en een gezamenlijke identiteit. Dat vraagt erom dat die vlag met dankbaarheid en vreugde in ere wordt gehouden. Omkering van die vlag op zo grote schaal is smakeloos en respectloos.

Kortom
Heb ik begrip voor de weinig benijdenswaardige toestand waarin de boeren zich bevinden? Ja. Heb ik sympathie voor de manier waarop ze hun zaak kracht bijzetten? Nee. Respectloosheid en langdurige ontwrichting van de samenleving zou niet bij het repertoire mogen behoren van welke protestacties dan ook. Bovendien kunnen acties alleen effectief zijn als ze ook geloofwaardig zijn. Daar mankeert het aan.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Een reactie plaatsen

Vrouw in ambt en gereformeerde Schriftuitleg

In het ND van 18 juni 2022 schreef collega Hans van Vulpen in reactie op een artikel van collega Gerard den Hertog over het principiële karakter van de afwijzing van vrouwelijke ambtsdragers. Het kwam neer op: wij kunnen niet anders zonder het gereformeerde karakter van onze kerken op te geven. Dat staat te bezien.

Volgens Van Vulpen is het hart van het christelijke geloof in het geding, omdat deze kwestie onlosmakelijk verbonden is met het gezag en het verstaan van de Heilige Schrift. ‘Gezag’ en ‘verstaan’ van de Bijbel liggen bij hem in elkaars verlengde, want zijn kritiek op een Bijbeluitleg die wél openingen ziet voor vrouwelijke ambtsdragers is, dat daarbij aan de context en cultuur van vandaag een beslissende stem wordt gegeven. Als dat waar zou zijn, wordt met deze uitleg afbreuk gedaan aan het gezag van de Bijbel.

Hij beweert dat dit door de synode is uitgesproken. Daarin heeft hij niet helemaal gelijk. De formuleringen van de synode zijn iets voorzichtiger. Wat ik verder schrijf is daarom niet tegen de synode-uitspraak gericht, maar tegen de opvatting zoals Van Vulpen die verwoordt.

Het is bij de tegenstanders van vrouw in ambt bijna een mantra geworden dat voorstanders aan de eigen cultuur een groter gezag toekennen dan aan het spreken van de Schrift. Als je het maar vaak genoeg herhaalt, gaat de goegemeente het nog geloven ook. Is die methode misschien uit Amerika overgewaaid?

Waarom gaat er niemand in op wat ik daarover in mijn brochure van november 2021 schrijf? Die is aan alle kerkenraden in tweevoud toegestuurd. Het punt is niet dat ik de cultuur erbij haal om daaraan meer gewicht toe te kennen dan aan Gods Woord. Ik doe het om te laten zien dat de invloed van de cultuur in de Schriftuitleg een feit is, door alle eeuwen heen. Dat feit moeten we erkennen om onszelf niet voor de gek te houden door ons te verbeelden dat wij daar boven staan. Allerlei culturele waarden bepalen mee hoe wij de Schrift interpreteren, ook als we ons afhankelijk weten van de leiding van de heilige Geest.

Door dit te erkennen gaan wij niet heersen over de Schrift. Het is omgekeerd: zodra wij ons verbeelden dat wij daarboven staan, dán gaan wij heersen over de Schrift, want dan gaan we onze eigen inzichten in de betekenis gelijkstellen met de waarheid van God.

Afwijzing van de vrouw in het ambt leunt sterk op een opvatting over een onwrikbare scheppingsorde. Nader beschouwd blijkt die scheppingsorde in de Bijbel helemaal niet zo’n grote rol te spelen als de critici waar willen hebben. Waar komt die eenzijdige nadruk vandaan? Uit culturele vooringenomenheid. Dat is niet zo negatief bedoeld als het klinkt. Culturele vooringenomenheid is onvermijdelijk. Het gaat erom dat je die erkent, dan kun je haar toetsen. Welke culturele vooringenomenheid werkt hier door? Die van de typisch moderne behoefte van een vast punt als grondslag van onze kennis. In reactie op Descartes (17e eeuw) werd dat niet het subject (‘Ik denk dus ik ben’), maar onder meer de onveranderlijke scheppingsorde. Intussen werkte de behoefte aan een vast uitgangspunt verbindend.

Het lastige van deze vooringenomenheid is, dat er altijd wel Bijbelteksten zijn waarmee je die meent te kunnen rechtvaardigen. Onder invloed van culturele factoren veroordeelde Augustinus iedere hartstocht in de seksuele gemeenschap. Maar hij had ook Bijbelteksten waarop hij zich beriep. Onder invloed van culturele factoren werd Luther een antisemiet. Maar ook hij had Bijbelteksten waarop hij zich meende te kunnen beroepen. En onder invloed van culturele factoren wees Calvijn iedere bewogenheid in God af, en ook hij had Bijbelteksten waarop hij zich beriep. Geen van die opvattingen wordt onder ons nog gehuldigd. Iets dergelijks is aan de orde bij de ondergeschiktheid van de vrouw.

Ja, ook voorstanders van de vrouw in het ambt worden beïnvloed door culturele factoren, zoals de waarde van elk individu en gelijk recht op ontplooiing. Daar zijn ook Bijbelteksten voor aan te dragen. Die hebben de neiging om voor voorstanders doorslaggevend te zijn en voor tegenstanders niet overtuigend. Net als bij de genoemde posities van Augustinus, Luther en Calvijn. Wat ik in mijn bijdragen aan de discussie probeer te doen is duidelijk maken dat we een spade dieper moeten graven.

Dat ga ik in deze blog niet doen. Daarvoor verwijs ik de lezer naar Meedenken met Paulus en Hoe komt de kerk uit de crisis? Wat ik maar weer eens wil benadrukken, is dat in mijn verantwoording niet de cultuur de doorslag geeft en niet de Schrift daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Het is anders. Vanuit de feitelijkheid van onze culturele vooringenomenheid stel en beantwoord ik de vraag: hoe kritiseren, limiteren en integreren wij onze culturele vooringenomenheid in relatie tot de bevrijdende, normstellende boodschap van het evangelie? Dan is een deel van het antwoord dat ik uit de Bijbel haal: niet door met behulp van geschreven regels die culturele waarden te onderdrukken, maar door te ontdekken of en zo ja hoe ze door de Geest kunnen worden gevuld.

Met dit antwoord dat ik geef is niet iedereen het eens. Dat mag. Dat is een kwestie van verschillend theologisch inzicht. Zelf ben ik ervan overtuigd dat ik het goed zie. Maar ik bega niet de fout dat ik mijn zienswijze verabsoluteer. Als je theologisch van mening verschilt over de beste interpretatie, kun je daarover het gesprek aangaan. Maar ga dan niet verkondigen dat ik het gezag van de Schrift ondergeschikt maak aan de huidige cultuur. Vriendelijk verzoek om daar nu eens mee te stoppen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Stille Week 2022

Stille Zaterdag 16 april


Lucas 23

50-51Er was ook een man die Josef heette en afkomstig was uit de Joodse stad Arimatea. Hij was een raadsheer, een goed en rechtvaardig mens, die de komst van het koninkrijk van God verwachtte en niet had ingestemd met het besluit en de handelwijze van de raad. 52Hij ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. 53Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt. 54Het was de voor-bereidingsdag, de sabbat was bijna aangebroken. 55De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea, waren Josef gevolgd. Ze zagen het graf en zagen ook hoe Jezus’ lichaam er werd neergelegd. 56Daarna gingen ze naar huis, waar ze geurige olie en balsem bereidden. Op sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht.

LVIV

Stad in het westen, dichtbij de Poolse grens, de poort naar de EU. Nog bijna ongeschonden, vol vluchtelingen die een schuilplaats zoeken en hun wonden likken. Wat hebben ze veel meegemaakt. Alles zijn zij kwijtgeraakt.

Een vergelijkbaar gevoel hadden de volgelingen van Jezus. Hun Meester is er niet meer! Niet gevlucht, maar gedood en begraven. De strijd is gestreden. De rust is ingetreden, maar wel met een gevoel van verlies en verlorenheid.

Toch is er meer aan de orde dan verslagenheid. Er is een wachten op grote dingen die komen gaan. De dood heeft niet het laatste woord. Ze wordt overwonnen.

Zal Oekraïne herrijzen? Op Stille zaterdag moet het antwoord nog worden onthuld.

Heer, om uw vijf wonden rood,
om uw onverdiende dood,
smeken wij in onze nood,
Kyrie eleison.

Gezang 178: 10

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Stille Week 2022

Goede Vrijdag 15 april

Lucas 23

39Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen Hem: ‘Jij bent toch de messias? Red jezelf dan en ons erbij!’ 40Maar de ander wees hem terecht met de woor-den: ‘Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat? 41Wij worden terecht gestraft: het is ons verdiende loon. Maar die man heeft niets verkeerds gedaan.’ 42En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ 43Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn.’


KYIV (KIEV)

De hoofdstad van Oekraïne: aanvankelijk het grote doel van de brute militaire inval. Met als hoofdprijs: president Zelenski, voormalig komiek. Wat een bijzondere rol speelt hij. Als inspirator van zijn volk, als spreekbuis naar de wereld, als uitdager van de Russen zette hij zijn leven op het spel. Hij voedt de moed en de hoop. Hij is positief.

Jezus heeft zijn leven op het spel gezet. Van de buitenkant bekeken ziet het er slecht uit. Maar zelf is Hij overtuigd van iets beters, zelfs aan het kruis.
‘Heden zul je met Mij in het paradijs zijn’, zegt Hij tegen één van zijn medegekruisigden. Hij blijft geloven in de goede afloop. Hij behaalt de overwinning. Het paradijs komt binnen bereik. Jezus’ koninkrijk gaat open voor boetvaardige bandieten. Het opschrift dat boven zijn hoofd is aangebracht, is geen lugubere grap, geen komische knaller, het is waar: ‘Dit is de koning van de Joden.’ Wij mogen ons door Hem laten inspireren.

Om uw kruis, Heer, bidden wij,
om de speerstoot in uw zij,
ga aan onze schuld voorbij,

Kyrie eleison.

Gezang 178: 9

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Stille Week 2022

Witte Donderdag 14 april

Marcus 14

13Hij stuurde twee van zijn leerlingen op pad en zei tegen hen: ‘Ga naar de stad. Daar zal een man die een kruik water draagt jullie tegemoetkomen; volg hem, 14en wanneer hij ergens binnengaat, moeten jullie tegen de heer des huizes zeggen: “De meester vraagt: ‘Waar is het gastenvertrek waar Ik met mijn leerlingen het pesachmaal kan eten?’” 15Hij zal jullie een grote bovenzaal wijzen, die al is ingericht en waar alles gereedstaat; maak daar het pesachmaal voor ons klaar.’


ODESA (ODESSA)

Odessa, de stad met de witte paleizen, lag bij het schrijven nog in volle glorie te schitteren aan de Zwarte Zee, in het zuiden van Oekraïne. Alleen de openbare kunstwerken werden ingepakt, om ze te beschermen tegen eventuele luchtaanvallen, en toegangswegen zijn gebarricadeerd met zandzakken. Hoe lang zal dat nog duren? Hoe zal de situatie over een maand zijn?

In een moment van rust treffen twee leerlingen van Jezus voorbereidingen om de pesachmaaltijd te vieren. ‘Volg een man met een kruik op het hoofd.’ Dat deden niet veel mannen, dat was meer vrouwenwerk, destijds. Een afgesproken teken? Oppassen voor de geheime dienst? Het rustmoment wordt hun gegund.

Teken van troost: Jezus geeft aan de pesachviering een verrassende wending. Het brood en de wijn spreken van zijn lijden en sterven voor ons. Eens zal Hij het weer vieren met de zijnen. Het koninkrijk van God breekt door. Hij leidt alles ten goede, door de diepste diepte heen.
Laat het geweld maar losbreken.

Om het brood, Heer, dat Gij breekt,
om de beker die Gij reikt,
om de woorden die Gij spreekt,
Kyrie eleison.

Gezang 178: 4

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen