De noodzaak van een ‘nieuwe’ hermeneutiek

Scheiding na verwaarlozing – reactie op een traditioneel pleidooi

Verwaarlozing en mishandeling als echtscheidingsgrond
De vorige keer zagen we dat de enige legitieme grond voor echtscheiding in het Nieuwe Testament wordt aangewezen in overspel. Betekent dit nu dat alle overige gronden, zoals mishandeling en verwaarlozing, als wettige echtscheidingsgrond moeten worden verworpen? Tien jaar geleden is door collega Douwe Steensma een interessante poging gedaan om met behulp van de traditionele hermeneutiek (alles letterlijk nemen tenzij de Bijbel anders aangeeft), aannemelijk te maken dat ook verwaarlozing en mishandeling van de ene door de andere partner Bijbelse echtscheidingsgronden zijn.

De gedachten van Steensma
In zijn boek Echtscheiding. Een exegetisch-ethische evaluatie uit 2016 formuleert Steensma argumenten voor deze zienswijze. Hij verwijst daarvoor naar Exodus 21:10-11. Daar gaat het over een man die een slavin tot vrouw heeft genomen. De tekst zegt dan:
Neemt hij naast haar een andere vrouw, dan mag hij de slavin niet minder voedsel of kleding geven en niet minder vaak gemeenschap met haar hebben; doet hij haar op een van deze drie punten tekort, dan mag zij weggaan zonder ook maar iets te hoeven betalen.’
Het gaat om een slavin, de verwaarlozing bestaat uit onthouding van voedsel, kleding en geslachtsgemeenschap, en over vrijlating zonder losgeld, in een context van slavernij en polygamie.
Steensma verantwoordt zijn beroep op deze tekst met de joodse uitlegkundige regel van ‘licht en zwaar’: als een uitspraak op een geringere situatie wordt toegepast, is ze ook van toepassing op een gewichtiger situatie. Zijn redenering is: als dit van een slavin-echtgenote geldt, dan zeker van een vrije echtgenote. (Paulus gebruikt die joodse regel ook. Denk aan zijn beroep op de oudtestamentische uitspraak dat je een dorsende os niet mag muilkorven. Hij past die uitspraak toe op apostelen.)
Volgens Steensma laat Jezus deze situatie ongemoeid. Diens woorden hebben betrekking op de in zijn tijd gevoerde joodse discussie over de scheidbrief: wanneer je die wel en wanneer je die niet mag geven, wanneer je je vrouw wel en wanneer je haar niet weg mag sturen.

Onbevredigende argumentatie
Deze argumentatie kan mij niet bevredigen. Vooreerst wordt in de geen gewag gemaakt van geestelijke verwaarlozing of van mishandeling. Bovendien gaat de perikoop vanaf vers 7 tot en met 12 niet over echtscheiding, maar over de voorwaarden waaronder een tot slavin gemaakte vrouw vrij kan komen. Het ‘zij mag weggaan zonder ook maar iets te hoeven betalen’ heeft dan ook betrekking op de specifieke situatie van de vrijheid uit slavernij verkrijgen, zonder losgeld. Dat kun je niet zo maar toepassen op echtscheiding. In het joodse recht gebeurde dat ook niet. Daar was de hoofdregel dat een vrouw niet van haar man kon scheiden. Slechts in enkele zeer uitzonderlijke situaties, andere dan in Exodus 21 worden genoemd, was haar dat toegestaan. De hermeneutische regel van ‘licht en zwaar’ gaat hier derhalve niet op.

De noodzaak van ‘nieuwe’ hermeneutiek
Toch blijft het onbevredigend dat een vrouw die zwaar te leiden heeft onder geestelijke en/of fysieke mishandeling van de kant van haar man, belast wordt met het verwijt van echtbreuk als zij bij haar man weggaat. Haar leven bij hem is immers onhoudbaar geworden. Haar van echtbreuk beschuldigen zou onbarmhartig zijn. Dat voelt iedereen aan.
Hier hebben we een andere benadering nodig. De benadering die zich aandient is die welke in behoudende kringen wordt weggezet als ‘nieuwe’ hermeneutiek. Maar aan het voorbeeld van mishandeling en verwaarlozing binnen het huwelijk wordt duidelijk dat we deze ‘nieuwe’ hermeneutiek niet kunnen missen.

Wat deze andere benadering inhoudt
Deze andere benadering houdt in dat we ons afvragen wat Jezus’ motief is geweest om zo strikt de echtscheiding af te wijzen en de legitieme mogelijkheid daartoe te beperken tot overspel. Daar is maar één goed antwoord op: dat is de radicale liefde die Hij in de Bergrede heeft bepleit. Wie zich laat leiden door dienende liefde, stuurt zijn vrouw niet weg om allerlei redenen die irritaties geven. Die voelt zich verantwoordelijk voor het welzijn van zijn vrouw, ja die ís volgens Gods bedoeling met het huwelijk verantwoordelijk voor het welzijn van zijn vrouw, tot de dood hen scheidt. Het huwelijk als levenslange verbintenis wordt gedragen door dienende liefde.
Om die reden kan Jezus ook zeggen dat wie met een weggezonden vrouw trouwt, echtbreuk pleegt. Immers: rechtens behoort zij haar eerste man nog toe, de scheidingsakte die zij meekreeg is ongeldig, want de echtscheidingsgrond is niet geldig. De dienende liefde had bij de man de doorslag moeten geven.
Dat betekent dat de woorden van Jezus moeten worden geïnterpreteerd vanuit de maatgevende betekenis van de liefde. Als de liefde zoals die God voor ogenstaat weg is, is het huwelijk kapot. Jezus doet tot het laatst toe een beroep op die liefde. Dat verklaart zijn strikte benadering. Maar als er geen appel meer gedaan kan worden op de liefde en op de verantwoordelijkheid die daaruit voortvloeit, zou dan aan de vrouw de mogelijkheid ontzegd moeten worden om bij hem die formeel haar man is weg te gaan? Zou het Jezus’ bedoeling zijn haar te veroordelen tot levenslang? Is dat in overeenstemming met de barmhartigheid? De vraag stellen is haar beantwoorden. Nee dus.

Gaat er hier een wissel om?
Deze conclusie is alleen te trekken met behulp van een ‘nieuwe’ hermeneutiek. Er zijn mensen die vinden dat met deze gedachtegang een wissel wordt omgezet, en dat we ons daarmee verwijderen van de gehoorzaamheid aan de Schrift. Daar ben ik het niet mee eens. In mijn derde en laatste bijdrage ga ik daarop in. Wat is eigenlijk het nieuwe van die ‘nieuwe’ hermeneutiek?