De CGK en ds. Peter van Dolderen

Mijn gewaardeerde collega Peter van Dolderen is van CG predikant NG predikant geworden. Het meeste blijft voor hem overigens hetzelfde. Hij is voorganger van de samenwerkingsgemeente van CGK en NGK in Almere. Dat blijft hij gewoon. Toch is er iets veranderd. Hij is nu als predikant niet meer gebonden aan hem knellende synodebepalingen van de CGK, waar hij zich via zijn handtekening aan onderworpen heeft. Die bepalingen gaan over de ontzegging van de toegang tot het avondmaal voor lhbt-mensen die in een homorelatie leven, en over de weigering tot op heden vrouwen te aanvaarden als ambtsdragers. De CG classis Amsterdam heeft vastgesteld dat geen sprake is van trouweloze verlating van het ambt en heeft daarom haar medewerking aan de overgang verleend.
Voor Peter ben ik alleen maar blij dat het zo is gelopen, en dat hij de medewerking heeft gekregen waar hij om vroeg. Tegelijk heb ik naar aanleiding van deze affaire een paar vragen aan het CG kerkverband.

Mijn eerste vraag luidt: is het moreel gerechtvaardigd om een dienaar zo in gewetensnood te brengen? Het proces over vrouw en ambt loopt nog op de synode, dus die kwestie laat ik hier rusten. Maar als het gaat over het besluit om samenlevende homo’s van het avondmaal te weren, wordt hier iemand in zijn pastorale geweten geraakt. Ik herinner me een uitspraak van ds. Dingeman Quant, die in een interview heeft laten optekenen dat een kerkenraad nooit homo’s van het avondmaal mag afhouden puur op grond van een synodebesluit. Hij kan dat alleen vanuit een diepe eigen overtuiging dat God dit vraagt. Anders is zo’n maatregel pastoraal onverantwoord.

Op mijn eerste vraag zullen zij die achter het synodebesluit staan, antwoorden: wij zijn er op grond van Gods Woord van overtuigd dat samenleven als homoseksuelen tegen Gods bedoeling ingaat en daarom zonde is. En mensen die in zonde leven moeten van het avondmaal worden geweerd. Dit zeggen wij niet om hen liefdeloos de deur te wijzen, wij willen in liefde en geduld een weg met hen gaan, maar die moet er wel op uitlopen dat zij leren inzien dat hun relatie niet naar Gods wil is en dat zij die op grond van dat inzicht gaan verbreken.

Intussen is uit de interne discussies wel duidelijk dat niet iedereen deze opvatting onderschrijft. Anderen komen op grond van hun bestudering van de Schrift tot een andere conclusie. De uiteindelijke uitkomst van dit debat is gewoon bepaald door de meerderheid binnen de kerken. Hoe principieel is dat?

Een synode kan twee dingen doen. Ze kan zeggen: hierover bestaat verschil van inzicht, we laten dit punt onbeslist en geven ruimte voor verschillende praktijken. In dat geval hoeft Van Dolderen zich niet in zijn geweten bezwaard te voelen. Ze kan ook zeggen: dit is voor ons zo wezenlijk, dat we deze uitspraak toevoegen aan de leer die wij samen hebben aanvaard en die is samengevat in de drie reformatorische belijdenissen. De consequentie daarvan is, dat je broeders met wie je eerst één was op basis van een gemeenschappelijk belijdenisfundament, nu gaat uitsluiten, omdat ze die toevoeging niet kunnen aanvaarden. Dat is niet alleen onbroederlijk, dat is onfatsoenlijk. Een uitspraak toevoegen aan de aangenomen leer kan alleen, wanneer je samen unaniem daar achter staat. Dat is hier niet het geval.
De synode wilde niet zover gaan de uitspraak over homo’s en avondmaal als een leeruitspraak te kwalificeren. Toch wordt het als een breekpunt beschouwd binnen de confessionele eenheid. Daarmee maak je de kerk tot een club van gelijkgezinden, in plaats van een gemeenschap op basis van het gemeenschappelijke geloof. Wat een afbreuk aan de kerk van Christus!

Ik heb nog een vraag aan de CGK. Heeft de CG classis zich gerealiseerd dat met de overgang van ds. Van Dolderen de zaak niet is opgelost? Hij is nog steeds de voorganger van een samenwerkingsgemeente, die wat het CG deel betreft nog steeds aanhikt tegen het synodebesluit. Heeft de classis zich gerealiseerd dat haar beslissing pas de eerste stap is op een weg waarin álle CG ambtsdragers en CG leden van Almere lid worden van de NGK? Is dit de oplossing die wordt voorgestaan om lastige dissidenten uit de kerkgemeenschap kwijt te raken?

Mijn laatste vraag is niet alleen gericht aan de CGK, maar ook aan Peter. Is het terecht om iemand die zich om fundamentele, Bijbelse redenen niet aan het synodebesluit houdt, te brandmerken als iemand die zijn woord breekt? En moet zo iemand zichzelf dat aanrekenen? Ik denk het niet. Er staat namelijk in één van de belijdenissen die de kerken onderschrijven: men mag de concilies, decreten of besluiten (ook synodebesluiten dus) niet gelijk stellen met de goddelijke Schriften (N.G.B. artikel 7). Wanneer een kerkelijk besluit in strijd is met jouw Schriftverstaan, is het niet alleen geoorloofd jouw eigen verstaan van de Schrift als leidraad te nemen, het is zelfs geboden. Waarbij wel je bereidheid verondersteld wordt je interpretatie in samenspraak met je broeders en zusters kritisch te toetsen. Dit is niet iets wat ik verzin, dit is wat de kerk leert.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , | 1 reactie

Functie elders

2 april 2021
Mijn blog van gisteren is achterhaald door de feiten: degene die de naam van Pieter Omtzigt heeft genoemd, is Mark Rutte. Toch laat ik hem staan, als voorbeeld van hoe deze dingen mijns inziens principieel moeten worden aangepakt.

In deze blog neem ik een voorschot op het Kamerdebat dat vermoedelijk vandaag (donderdag 1 april 2021) gehouden wordt over de uitgelekte aantekeningen van verkenner Ollongren met centraal daarin de meest gevoelige opmerking: ‘Positie Omtzigt – functie elders.’
Velen in de Tweede Kamer willen dat de onderste steen boven komt. Dat lijkt me niet nodig en ook niet wenselijk. Om met dat laatste te beginnen: verkennende gesprekken hebben iets vertrouwelijks en dat moet zo blijven. Anders kun je niet onderhandelen.

Maar het is ook niet nodig. Waar die gewraakte opmerking ook vandaan komt, de verkenners Ollongren en Jorritsma zijn er 100% verantwoordelijk voor en ze hebben die verantwoordelijkheid ook volmondig erkend. De vraag of ze daarmee anderen uit de wind willen houden, is wel bijzonder interessant, maar niet zo relevant. Ze leidt de aandacht af van waar het eigenlijk om gaat. Ter zake is wat zíj gedaan hebben.

Wat hebben zij gedaan? Zij deden de suggestie om een wettig verkozen lid van de Tweede Kamer, dat met bijna 350.000 voorkeurstemmen gekozen is, op een zijspoor te zetten; een kamerlid bovendien dat grote verdiensten heeft getoond door op bekwame wijze strijd te voeren tegen bestuurlijke onduidelijkheid en misleiding die er stelselmatig op gericht zijn de controlerende functie van de volksvertegenwoordiging te ondermijnen. Hij kwam en komt daarmee als geen ander op voor het democratische gehalte van onze staatsinrichting.

Uitgerekend voor dit royaal verkozen verdienstelijke kamerlid wordt met behulp van de door hem bekritiseerde ondoorzichtige bestuurscultuur een plannetje uitgebroed om hem onschadelijk te maken. Deze twee verkenners zijn op heterdaad betrapt op antidemocratisch gedrag, juist op een scharnierpunt van ons landsbestuur. Dat moet gevolgen hebben.

Als ik woordvoerder van de ChristenUnie of het CDA was, zou ik benadrukken dat mensen die zulk antidemocratisch gedrag vertonen het recht verspelen om een staatsambt te bekleden. Het zou na een onbevredigend wederhoor moeten leiden tot het onmiddellijke aftreden van minister Ollongren. Kamerlid blijft ze, want daartoe is ze democratisch verkozen.

Maar hiermee ben ik nog niet klaar. Ik zou aan Rutte en Kaag vragen of zij als fungerende fractievoorzitters van hun partij zulke antidemocratisch opererende partijleden in bescherming nemen. VVD en D’66 dragen allebei ‘democratie’ of ‘democraten’ in hun naam. Rutte en Kaag kunnen zich niet verschuilen achter de schuldbekentenis van de twee ex-verkenners, want zonder heterdaadje waren die gewoon op hun eigen spoor verder gegaan. Als Rutte en Kaag dan beschermend om hun ex-verkenners heen gaan staan, maken ze zich medeplichtig aan hun antidemocratische gedrag.

Voor ‘mijn’ partij zou dat reden zijn om in dat geval het vertrouwen in hen als ministers op te zeggen. Het heeft niet zoveel zin om Rutte op staande voet weg te sturen, omdat dan het landsbestuur uit elkaar valt. Maar voor deelname aan een nieuwe regering zou ik als voorwaarde stellen dat niet alleen Ollongren of eventueel Jorritsma, maar ook Rutte en Kaag buiten die regering blijven. Hun functie is elders. Niet buiten de politiek maar in de Kamer. Want daartoe zijn zij democratisch gekozen.

We weten inmiddels dat het anders is gegaan. Alle aandacht ging uit naar Rutte, omdat hij het over Omtzigt had gehad. Ollongren is verder buiten schot gebleven, ondanks haar eerdere verklaring dat zij volledig verantwoordelijk was en dat dit niet had mogen gebeuren. Niet Omtzigt was het onderwerp van gesprek geweest, maar de mogelijke instabiliteit van het CDA, omdat Omtzigt zoveel voorkeurstemmen had gehad. Dus toch Omtzigt. Zij is niet afgerekend om de verantwoordelijkheid die zij heeft genomen.
Is de argwaan jegens het zich niet herinneren door Rutte terecht? Ja. Er zijn twee vormen van vergeten. Er is volledige amnesie, een gat in je geheugen, dat van iets je helemaal niets bijstaat, en er is ‘o ja-vergeetachtigheid’: je was het even vergeten, maar een ander herinnert je eraan. Die laatste vorm kan de beste overkomen, de eerste is ongeloofwaardig.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Ommezwaai van de PKN

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) staat nu weer 30 kerkgangers toe en gaat ook weer akkoord met samenzang, zij het met maximaal vier personen. Dat is een versoepeling ten opzichte van het beleid vanaf de tweede helft van december 2020. Wat is daarvoor de motivatie? Dat de rek er uit is, en dat mensen weer sterk naar fysieke bijeenkomsten verlangen. Zoals we de roep om verruiming ook uit de samenleving horen.

Deze beleidswijziging kan worden getypeerd als een ommezwaai. Vooral omdat er geen redenen worden aangevoerd die met de risico’s van de verspreiding van het virus te maken hebben. Je kunt het ook een zwalkbeleid noemen. Het is het overspringen van de ene soort argumentatie naar de andere. Eerst staat de veiligheid voorop, dan het verlangen naar ontmoeting, zonder dat er in de ontwikkelingen aanleiding is voor deze wijziging. De aantallen besmettingen nemen nog steeds niet af, de druk op de gezondheidszorg is nog steeds te groot, en het gevaar van besmettelijker varianten is nog steeds niet geweken.

Het enige wat veranderd is, is het sentiment in de samenleving. Steeds meer mensen roepen om versoepeling van de maatregelen. Winkeliers en horecaondernemers willen hun zaak toch open doen. Je zou kunnen verdedigen: als de kerk daarin meedoet, komt ze op minder kritiek te staan dan voorheen. Maar dat was toch niet de enige reden? De schok van Biddinghuizen (twee doden na een opnamesessie van een muziekgroep met het oog op de zondagse eredienst) dreunde lang na. Maar deze risico’s bestaan nog steeds.

Het probleem is misschien wel. dat de PKN eerst een rigide positie innam. De minister en het Interkerkelijke Contact in Overheidszaken (CIO) rieden kerkdiensten met reguliere bezoekers af. Alleen internetkerkdiensten waren verantwoord. De PKN deed daar nog een schepje bovenop: er zou helemaal niet meer gezongen mogen worden, ook niet door een tot vier voorzangers. Zo’n draconisch besluit is op den duur natuurlijk niet vol te houden. Met als gevolg: zo onbegrijpelijk strak deze kerkgemeenschap zich eerst opstelde, zo onbegrijpelijk ruim nu.

Is er dan niets te zeggen voor de openstelling van de kerkdienst voor 30 bezoekers naast de directe medewerkers? In grote kerkgebouwen zeker wel. Ik heb het altijd onbegrijpelijk gevonden dat er in Gouda in de Sint Jan helemaal geen kerkbezoek meer werd toegelaten. Maar dat aantal is niet nu pas aanvaardbaar, nu het kennelijk niet vol te houden is. Dat was al die tijd al het geval. Was de PKN toen te bang voor de publieke opinie? Maar bij het eerste het beste incident slaat die zomaar weer om. Dat is gemakkelijk te voorspellen.

Maar het is toch geen schande om op je schreden terug te keren, wanneer je tot de ontdekking komt dat je te ver bent doorgeschoten? In geen geval. ‘Omkeer’ of ‘bekering’ is zelfs een hoofdthema in de christelijke boodschap. Maar laat de kerkleiding dan eerlijk erkennen dat ze eerder te streng is geweest. Ook zo’n erkenning is het geloof niet vreemd.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Kritiek van Bewaar het Pand op oproep tot eenheid

Onlangs is een open brief, ondertekend door 79 voorgangers in de CGK, aan allen leden, kerkenraden en synodeafgevaardigden gestuurd met een klemmende oproep om de onderlinge eenheid te bewaren. De aanleiding is dat door meningsverschillen over homoseksualiteit en de plaats van de vrouw in de kerk de kerken steeds meer uit elkaar groeien en een kerkscheuring dreigt. De brief benadrukt dat de onderlinge eenheid ruimte voor verscheidenheid insluit. De eenheid in Christus mag niet op het spel worden gezet. De missionaire presentie van de kerk in de wereld zou ongeloofwaardig worden. En de vrijheid van exegese is tot op heden gekoesterd als een groot goed.

Nog voordat de brief officieel naar buiten was gebracht, reageerde het bestuur van Bewaar het Pand al in afwijzende zin. Volgens het bestuur is het onvoldoende om te zeggen dat Jezus Christus ons fundament is. Als CGK staan we gezamenlijk op dezelfde grondslag van Schrift, de daarop gegronde belijdenisgeschriften en de aangenomen kerkorde. Het beroep op de vrijheid van exegese lijkt bedoeld om verkeerde praktijken te legitimeren. We mogen elkaar in de kerken geen ruimte gunnen voor vrouwelijke ambtsdragers.

Bij deze reactie van Bewaar het Pand wil ik een paar kanttekeningen plaatsen. De eerste is dat we hier waarnemen dat de stichting Bewaar het Pand tegenwoordig een ander karakter vertoont dan vroeger. Destijds (1966) is ze opgericht uit bezorgdheid over vermeende geestelijke vervlakking in de kerken, en wilde ze meer nadruk leggen op het werk van Gods Geest in het leven van de mensen die bekering nodig hebben. Nu wordt kritiek geleverd wanneer Christus het fundament wordt genoemd , en wordt de nadruk gelegd niet alleen op de Schrift en de belijdenis van de kerk, maar ook op de kerkorde als deel van basis waarop de kerken staan. Dat is een verschuiving van het inwendige naar het uitwendige. Geestelijk leven op het fundament is toch leven uit Christus?

Mijn eerste punt is alleen een constatering. Nu word ik iets kritischer. Het bestuur gaat eraan voorbij dat de brief met de oproep tot eenheid begint met een verwijzing naar de Schrift en de belijdenis. Het voegt daar nog de kerkorde aan toe. Ook die zou deel uitmaken van de basis waarop de kerken staan. Dat laatste is onjuist.

Als de kerkorde deel zou uitmaken van de basis van de kerk, zou het kerkverband worden gezien als een vereniging van kerken met een huishoudelijk reglement. Als je je niet aan het reglement houdt, word je geroyeerd. Maar daar ligt niet het wezen van de eenheid van de kerken. Die ligt in Christus die zijn kerk bijeenbrengt. Het kerkverband is daarvan een gebrekkige afspiegeling. De kerkelijke eenheid is primair geestelijk. Wij herkennen bij elkaar hetzelfde geloof in Hem door de belijdenis die wij allen aanvaarden. Die belijdenis bindt ons samen. De kerkorde is meer praktisch van aard om de voortgang van het kerkelijk leven te bevorderen. De kerkorde is ook geen wet. Ze is dienstbaar. En zij verliest haar aanspraken zodra het inzicht groeit dat de Bijbel anders leert.

En als nu op best ingrijpende punten de inzichten over het kerkzijn gaan verschillen? Als nu in een aantal zaken de Bijbel verschillend wordt verstaan? Laat dat toch geen reden zijn om elkaar los te laten! Alsof de eenheid van de kerken gebaseerd is op een visie op homoseksualiteit of de plaats van de vrouw. Dát is niet de basis, dat is een uitwerking. Natuurlijk levert dat moeiten op. Maar laten we ons uiterste best doen om het met elkaar uithouden, en ons blijven inzetten om onze posities te verantwoorden.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Eén kerk – gedachten bij een boekbespreking

In De Wekker  van 22 januari 2021 bespreekt collega Hein Korving mijn boek Eén kerk. Weg uit de verdeeldheid. Hij vindt dat ik te weinig voor anker ga bij de gereformeerde belijdenisgeschriften en dat het boek een hoog idealistisch gehalte heeft. Hij maakt nog meer opmerkingen waar wel wat tegen in te brengen is, maar ik wil niet op alle slakken zout leggen.

Het verbaast mij dat in zijn bespreking niets van de onbestaanbaarheid van de kerkelijke verdeeldheid doorklinkt, van de verslagenheid dat we daarmee Christus beledigen en zijn getuigenis in de wereld verduisteren. De verdeeldheid is zo evident in strijd met het doel van Christus werk, dat het alleen maar te interpreteren is als ongehoorzaamheid. Pas als die nood je op het hart gebonden wordt, kun je in staat zijn aan mijn pleidooi recht te doen, dunkt me. Dat laat onverlet dat je het er oneens mee kunt zijn, of kunt vinden dat de accenten anders gezet hadden moeten worden.

Als je op zoek bent naar de eenheid van de wereldkerk, heb je de volgende keuze. Je kunt een aantal kerken selecteren en van mening zijn dat die in aanmerking komen voor meer toenadering en een ontwikkeling naar eenheid. Alle andere kerken wijs je dan af als valse kerk. Óf je zoekt de eenheid van álle kerken en groepen die het evangelie van Jezus Christus willen aanvaarden als bron van het nieuwe leven.

Een derde weg is er niet. Het is in strijd met Christus’ bedoeling om kerken buiten het eenwordingsstreven te houden om een andere reden dat dat zij ontrouw zijn aan het evangelie en zich niet willen onderwerpen aan het gezag van Christus. Anders gezegd: de enige geldige reden om níet inniger contact met kerken te zoeken, is de conclusie dat zij alleen in schijn Christus erkennen als Heer. In feite beoordeel je ze dan als nep.

In de praktijk blijkt dat wij dit oordeel over anderen niet durven uit te spreken. Er mankeert zo veel aan onszelf. En alle kerken hebben sterke en zwakke punten. Maar als we tot die afwijzende conclusie niet kunnen komen, zullen we elkaar moeten zoeken, zonder onderscheid of voorbehoud.

Dan is het logisch dat je een iets grotere afstand probeert te nemen tot je eigen geloofstraditie – zonder die te verloochenen -, en je te oriënteren op de oude belijdenissen die breed werden en worden gedragen. Dat is de zoektocht die ik heb ondernomen.

Door de onderlinge verdeeldheid niet als iets onverdraaglijks op te vatten, legt Korving zich daar feitelijk bij neer. Dat begrijp ik niet, want die houding is zo evident onbijbels. Als ik dat dan vergelijk met andere thema’s die in de kerk spelen: homoseksualiteit en de plaats van de vrouw, dan zie ik dat er met twee maten wordt gemeten. Ik ga daar nader op in en daarmee trek ik de zaak breder dan wat de boekbespreking aan de orde stelt.

De genoemde thema’s zijn aan de orde op de synode van de CGK, en ze worden als zo klemmend ervaren, dat de eenheid als kerkverband onder grote druk staat. De denkwijze van veel afgevaardigden is: homoseksuele relaties mogen niet omdat de Bijbel dat leert. De vrouw als ambtsdrager mag niet omdat de Bijbel dat leert. We mogen ook niet toestaan dat anderen die daar een andere mening over hebben, daarnaar ook handelen. Want dan komen we in strijd met de Bijbel. Gemeenten die daar anders over denken en anders in handelen moeten we dan maar als vreemden beschouwen die niet bij ons horen.
Zo wordt kerkscheuring in de hand gewerkt, terwijl de verdeeldheid in de volle breedte van het christendom al zo groot is. Toch is de Bijbel overduidelijk dat die niet kan en niet mag, en is die de zoveelste klap in het gezicht van Jezus, Hoofd en Heer van zijn kerk.
Mijn commentaar: nee tegen homoseksualiteit en vrouw in ambt, en ja tegen de daaruit volgende scheuring: dat is meten met twee maten.

Maak ik me niet aan dezelfde fout schuldig? Ik verafschuw de kerkelijke gescheidenheid en wil eruit weg komen, maar ik aanvaard ruimte voor homoseksuele relaties in liefde en trouw en voor de vrouw als ambtsdrager. Nee dat is niet meten met twee maten. Want meerdere malen heb ik verantwoord dat de Bijbel zelf om een interpretatie vraagt die tot deze ruimte leidt. Maar de verdeeldheid binnen de kerk van Christus – niet de diversiteit maar de gescheidenheid -, die is op geen enkele manier Bijbels te rechtvaardigen.

Ik ga nog een stap verder. Juist in het belang van de eenheid van de kerk is het ons geboden verschil van inzicht te verdragen in wat de Bijbel aan ruimte biedt op allerlei terrein, zoals voor homoseksuelen en vrouwelijke ambtsdragers.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

De schade verhalen

Het leek bijna dreigende taal van minister Grapperhaus: we zullen de schade op de raddraaiers verhalen. Hij had het over de vernielingen die zijn aangericht tijdens de rellen naar aanleiding van de avondklok. Hij gebruikte het, zo leek het, als een extra dreigement om mensen met verkeerde bedoelingen te waarschuwen.

Ik vond dat eigenlijk een beetje curieus. Het is toch logisch dat schade die moedwillig wordt aangericht in principe altijd op de dader wordt verhaald? Dat zou zo moeten zijn voor het in brand steken van auto’s, het plunderen van winkels, het vernielen van bushokjes, maar ook voor de ravage door een plofkraak. Als de schuld is vastgesteld, is de eis aan de dader tot vergoeding van de schade vanzelfsprekend. Die kun je toch niet op de samenleving afwentelen? Wie er verantwoordelijk voor is, moet ook aansprakelijk worden gesteld, met alle gevolgen van dien. Pas daarna moet gesproken worden over de strafmaat, die helemaal los staat van de eis tot vergoeding.

Over minderjarigen zou nog extra moeten worden nagedacht. Ook bij hen kan het niet zo zijn, dat de maatschappij hun schadelijk gedrag als vanzelfsprekend vergoedt. In feite zijn hun ouders mede verantwoordelijk. Misschien moet hier een deel van de schade op de ouders worden verhaald en een deel worden kwijtgescholden.

Ik realiseer me dat de gevolgen groot kunnen zijn. Je kunt voor je leven onder een loodzware schuld gebukt gaan. Ja, maar dan moet je de spullen van een ander of van de gemeenschap maar niet vernielen. In het verkeer komt bij een aanrijding de schade toch ook voor rekening van de schuldige? En daar is meestal niet eens moedwil in het spel.

Ik voorzie één complicatie, maar die is oplosbaar. Hoe komt een private gedupeerde aan zijn genoegdoening, als de dader niet genoeg kan doen om de schade te compenseren? Van een kale kip kun je niet plukken. Ik spits het toe op de private gedupeerde en niet op de gedupeerde gemeenschap. Gemeente-eigendommen vernielen moet ook leiden tot een eis tot reële vergoeding, maar een gemeente kan daarvoor instanties in de arm nemen. Voor privé-slachtoffers is dat te kostbaar en duurt dat te lang.

De oplossing is, dat privépersonen, winkeliers bijvoorbeeld, zich kunnen verzekeren tegen de schade. De verzekering vergoedt die, maar vertegenwoordigt het slachtoffer als de eisende partij richting de dader. Een verzekeringsmaatschappij kan een deurwaarder in de arm nemen en zo druk op de aflossing van de schuld houden, ook wanneer de dader op het moment weinig te makken heeft.

Misschien kan de verzekering de kosten van de deurwaarder terugverdienen uit de betalingen van het schadebedrag. En als dat er niet uit kan, moet de premie maar iets omhoog.

Maar het principe: ‘de vernieler betaalt’ moet net zo vanzelfsprekend zijn als dat het vanzelf moet spreken dat de vervuiler betaalt.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Evangelisch extremisme

In Amerika leven veel evangelicale christenen die weliswaar niet deelgenomen hebben aan de bestorming van het Capitool in Washington DC, en er ook niet over zouden peizen om eraan mee te doen, maar die er wel begrip voor kunnen opbrengen, want er is naar hun overtuiging verkiezingsfraude gepleegd en nu moet het eindelijk eens uit zijn met de manier waarop vertegenwoordigers van de politieke en de juridische elite elkaar de handen boven het hoofd houden in de volksvertegenwoordiging en de rechtbanken.

Dat ze zich laten gek maken door een gestoorde president, die het zich eenvoudig niet kan voorstellen dat hij verloren heeft, is hun aan te rekenen. Ook zij laten zich drijven op een sentiment dat uit Bijbels oogpunt niet anders dan als een vleselijk denken kan worden getypeerd. Zij brengen het niet op om hun onwelgevallig nieuws onder ogen te zien. Oefening in nederigheid is hun kennelijk vreemd. De leugenachtige berichten op sociale en (ultra)rechtse media worden maar al te graag gretig geloofd. En geradicaliseerde voorgangers gooien olie op het vuur.

In het verleden heb ik via mijn blogs indringende vragen gesteld aan moslimgelovigen. Ik heb de vraag gesteld: hoe verhouden jullie je tot terroristen die zich op de Koran beroepen voor hun gewelddadig optreden? Binnen de islam geldt de oemmah, de wereldwijde moslimgemeenschap, als een kring van loyaliteit en solidariteit waarin alle moslims bescherming kunnen vinden tegenover niet-moslims. Behoren deze moslimterroristen nog tot de oemmah, of worden ze geëxcommuniceerd?

Hier is de vertrouwenskwestie in het geding. Want als mijn buurman een terrorist in bescherming neemt, dan vertrouw ik hem niet meer. Hoe stellen de moskeebesturen in Gouda zich op tegenover Syriëgangers? Ik begrijp de dramatiek en de tragiek. Het zal je zoon of dochter maar zijn. Toch ligt het principieel zo wel. De houding tegenover extremisten is medebepalend voor het krediet dat de islam in de samenleving verdient.

Maar als ik het zo scherp speel tegenover moslims, moet ik dat ook doen tegenover christenen. Christenen die extremistisch geweld goedpraten omdat ze er begrip voor hebben, nemen er onvoldoende afstand van. En het werkt al precies zo als bij moslimextremisten. Ieder koestert zijn eigen waarheid inclusief de meest bizarre complottheorieën, en is niet bereid die kritisch te bevragen. Er ontstaan vijandsbeelden die de meest radicale acties rechtvaardigen. En ook wanneer je er zelf niet aan meedoet, maar er wel begrip voor toont, ben je medeplichtig. Want je houdt het daarmee in stand.

Als ik zo streng ben tegenover mijn moslimnaasten, moet ik het ook zijn tegenover de evangelicale christenen in Amerika die sympathie tonen voor de gewelddadige opstand tegen het hart van de Amerikaanse democratie. Beschouwen jullie de daders die bij jullie in de kerk ingeschreven staan nog steeds als gerespecteerde broeders en zusters, of sluit je hen na vergeefs vermaan en oproep tot inkeer buiten?

Als dat laatste niet gebeurt, moet ik helaas zeggen: dan kan ik je niet meer als mijn broeder of zuster in het geloof zien. Dit is een vertrouwenskwestie. Jullie corrumperen de kerk van Christus en het geloof in Hem. Hier kan ik alleen maar een diepe afkeer van hebben. Als je bij mij om de hoek zou wonen, zou ik je aanwezigheid ervaren als een potentiële bedreiging van de rechtsorde en van mijn veiligheid.

We moeten niet met twee maten meten. Geloof, van welke soort dan ook, mag zich niet verbinden met eigenmachtig geweld, zelfs niet in de sfeer van sympathie of begrip. Waar dat toch gebeurt, scheiden onze wegen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Grapperhaus en de behoudende kerken

Minister Grapperhaus heeft het er helemaal mee gehad. Grote behoudende kerkelijke gemeenten die zondags toch nog met honderden tegelijk in de kerk komen, en dat shift na shift. Dat druist in tegen het beleid van de regering om de samenleving zoveel mogelijk plat te leggen. Geen bioscoop of theater is nog open. Afgeschaald van 30 naar nul. Hoe halen die kerken het in hun hoofd om doodleuk met zovelen kerkdiensten te houden? Hoe verkoop je dit aan de rest van Nederland? Begrijpelijk, zijn reactie.

Maar ook dubieus.

Laten we eerst dit bedenken: als godsdienstvrijheid vrijheid van godsdienst is, dan zijn godsdienstige gemeenschappen vrij om samen te komen. Dat kan door de huidige dreiging van het coronavirus onverstandig zijn, maar een bewindspersoon is geroepen de constitutionele rechten en vrijheden te waarborgen. Als privépersoon mag hij zich doodergeren aan het gedrag van sommige kerken, als het om vrijheid gaat, moet hij die vrijheid niet onder morele druk gaan zetten met ongeduld of boosheid, maar beschermen.

Dit is niet het belangrijkste punt dat ik wil maken. Ik probeer mij te verplaatsen in de beleving van mijn zeer traditionele, conservatieve geloofsgenoten. Drie geloofs- en gedragsaspecten spelen in hun leven een rol die elkaar versterken en leiden tot de opstelling waarvoor zij kiezen.

Als eerste is daar zondagsheiliging die zeer diep in het eigen leefpatroon ingeprent is. Deze heiliging van de dag des Heeren wordt vormgegeven door een tweemalige kerkgang indien maar enigszins mogelijk. Niet naar de kerk gaan om zich onder het Woord te begeven druist in tegen alles wat als goed en betamelijk wordt beschouwd. Ontwijding van Gods dag stuit op weerzin en weerstand, een gevoel dat we God zelf onteren en ontheiligen, dat we daarmee zware schuld op ons laden, en dat we de essentie van het leven, de ontmoeting met God, ontlopen.

Het tweede wat meespeelt is de afkeer sinds de introductie van de tv van alles wat via beeldschermen onze aandacht probeert te vangen. Vanaf het begin is hierin een groot gevaar gezien. Sinds de komst van de pc, en later van de laptop en smafo treedt er een vervaging van de grenzen op en wordt het moeilijker duidelijke lijnen te trekken tussen goed en fout. Maar de oude aversie bestaat nog steeds. Dat maakt het problematisch om thuis voor een beeldscherm de kerkdienst te volgen. Daarvan is dan ook nog op zondag sprake, de dag waarop nog meer dan op de andere dagen van de week allerlei wereldse afleiding uitgebannen moet worden. Beeldschermen worden nu eenmaal onwillekeurig met ijdel amusement geassocieerd.

Hierdoorheen loopt nog een derde invloed. In de traditionele kerken is er vanouds een grote huiver om de loop van ons leven in eigen hand te nemen. Die wordt gevoed door de overtuiging dat God ons leven leidt en ons geeft wat goed voor ons is. Deze voorzienigheid van God heeft in het verleden veel verzet tegen vaccinatie opgeleverd. Dat wij ter verkleining van het risico op besmetting de zondagse erediensten zouden moeten verzuimen, is in feite een dubbele miskenning van en opstand tegen Gods wil.

Nog even terug naar de godsdienstvrijheid. Als die bestaat, is er principieel ruimte voor een beleving als boven. Die moet dan worden gerespecteerd. Ga het gesprek aan, breng je eigen gezichtspunten in, probeer de ander te begrijpen. Dring aan op een verantwoorde regie van het kerkbezoek in kerkruimten waarin een veelvoud aan mensen een plaats kan nemen dan er worden toegelaten.

Ongeduld, irritatie, krachtig optreden lijkt mij eerder op z’n plaats in die gevallen in de samenleving waar kritiek op het regeringsbeleid omslaat in anarchie: moedwillige ongehoorzaamheid. Ik denk aan BOA’s die worden uitgekafferd wanneer zij niets anders doen dan waarvoor ze zijn aangesteld, namelijk de orde handhaven. Of aan samenscholende en joelende Cambuursupporters die vuurwerk afsteken omdat hun club periodekampioen geworden is.

Geen misverstand: ik ben er voor dat kerken zich voegen in het gedragspatroon van de rest van de samenleving als het om de bestrijding van het coronavirus gaat. Er gaat een getuigenis van uit wanneer we vrijwillig het gebruik van onze vrijheden beperken ten behoeve van het algemeen belang. Maar ik vind het wel belangrijk aan de positie van een groep behoudende kerken recht te doen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Wat is er nodig voor een nieuw verstaan van de Bijbel?

Afgelopen zondag (15 november 2020) is in een aantal kerken van gereformeerde belijdenis een verklaring van nalatigheid en schuld tegenover het Joodse volk voorgelezen. Deze heeft betrekking op de houding van de kerken in de aanloop naar, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Er was markant verzet tegen wat de Duitsers uithaalden, maar meer nog was er een wegkijken of een heimelijke instemming. Het Joodse volk had immers zelf voor de rechterstoel van Pilatus geroepen: ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’?

Op de achtergrond van deze meegaande reactie speelt mee, dat de kerken eeuwenlang de vervangingstheologie hebben aangehangen: de kerk is in de plaats van Israël gekomen. De rol van het Joodse volk in Gods heilsplan is uitgespeeld.

Na de Tweede Wereldoorlog is er een enorme herbezinning op gang gekomen op de Bijbelse rechtvaardiging van de vervangingstheorie. De stemming sloeg om. De vervangingstheologie werd gezien als een miskenning van de blijvende betekenis van Israël in de ogen van God. De omslag in denken heeft zich ook doorgezet in meer traditionele kerken. Dat mag opmerkelijk heten, gezien de Bijbelse teksten die op het eerste gezicht in de richting van de vervangingsgedachte wijzen.

Naast de tekst die ik al noemde, uit Matteüs 27:25, kan gewezen worden op Matteüs 21:43 en 1 Tessalonicenzen 2:15-16. De eerste tekst staat in het verband van de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters, die de zoon van de eigenaar doden wanneer die naar hen toekomt om de pacht te innen. Jezus’ toepassing luidt:
Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.

De tweede tekst is een uitspraak van Paulus naar aanleiding van de tegenwerking van Joden die hij ondervindt. Die gaat als volgt:
Die [namelijk ‘de Joden’] hebben de Heer Jezus en de profeten gedood en ons tot het uiterste vervolgd. Ze mishagen God en zijn alle mensen vijandig gezind (…). De maat van hun zonden raakt nu vol, en Gods veroordeling is ten volle over hen gekomen.
Deze woorden gaan niet alleen over het verzet dat Paulus ondervindt, maar over de houding van de Joden vanaf de profeten tot het heden waarin hij leeft, en over Gods grondige veroordeling van deze mensen.

Het is niet mijn bedoeling om met beroep op deze teksten de vervangingstheologie te verdedigen, maar om aandacht te vragen voor wat hier is gebeurd. Teksten die voorheen geacht werden onomstotelijk te bewijzen dat het Israël dat de Messias verwerpt zijn betekenis heeft verloren en nu onder Gods oordeel ligt, hebben hun beslissende zeggingskracht verloren.

De reden dat ik daar aandacht voor vraag is, dat datzelfde proces zich zou kunnen voltrekken ten aanzien van andere thema’s. Ik denk daarbij aan de plaats van homo’s en van vrouwen in de kerk. In beide discussies brengen zij die willen vasthouden aan het oude standpunt een aantal paradepaardjes naar voren die altijd weer doorslaggevend worden geacht, net als bij de Israëldiscussie. In de homodiscussie zijn dat de gruwel van Leviticus en de tegennatuurlijke omgang in Romeinen 1. In het vrouwendebat wordt naar de zwijgteksten gegrepen en naar plaatsen waar aan de man het scheppingsprimaat wordt toegekend.

Deze teksten zijn beslist niet sterker of doorslaggevender in de discussies dan de stevige Israëlkritische teksten die voedsel gaven aan de vervangingstheologie. Toch zijn die laatste in de Israëldiscussie wel in een ander licht gezet, maar weigeren velen dat in de beide andere discussies met hun paradeteksten te doen. Daarmee zijn we theologisch uit balans geraakt.

Hoeveel wereldoorlogen moeten er nog worden gevoerd, voordat we met elkaar bereid zijn de homokritische teksten en de anti-vrouw-in-het-ambt-teksten in een breder perspectief te plaatsen en opnieuw een omslag in het denken te maken?

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Waarom het goed is dat Trump verliest

Op het moment van schrijven kan het presidentschap van Amerika Joe Biden eigenlijk niet meer ontgaan. En dat is maar goed ook. Je moet er toch niet aan denken dat Donald Trump nog vier jaar politieke onschendbaarheid kan genieten.

Door het zo te stellen, laat ik al doorschemeren wat de reden is dat Trump maar beter de aftocht kan blazen. Dat is niet omdat hij anti abortus is, dat ben ik ook. Het heeft niets te maken met het recht op vuurwapens, het klimaat, het vluchtelingenbeleid of de Obamacare. Op die punten sta ik diametraal tegenover Trump. Maar daar gaat het niet om.

Het gaat erom dat deze president zo fundamenteel antidemocratisch is. Alles draait erom dat hij bewonderd wordt. Bij onwelgevallig nieuws wordt de integriteit van de nieuwsbrenger ter discussie gesteld. Van hoofden van dienst vraagt hij niet loyaliteit aan de constitutie, maar aan hem als de leider. Als zij niet bereid zijn die te bieden, ontslaat hij hen en vervangt hij hen door marionetten. Door een scherm van leugens bouwt hij een schijnwerkelijkheid op die in zijn voordeel pleit. Andere politieke richtingen worden verdacht gemaakt. Polariserend zet hij groepen tegen elkaar op. Aan vriendjes verleent hij gratie. Hij liet na zijn verantwoordelijkheid te nemen in de bestrijding van de coronapandemie, met een slagveld aan doden als gevolg. Desinformatie en verkiezingsrally’s speelden het virus in de kaart.

Daar komt nu bovenop de telkens herhaalde aantijging dat de verkiezingen door de Democraten zijn gekaapt, dat zij fraude hebben gepleegd met stemmen per post, terwijl daar geen concrete aanwijzingen voor zijn. Allerlei rechtszaken zijn in voorbereiding. Zijn aanhang wordt erdoor opgehitst, de maatschappelijke orde wordt erdoor verstoord. Dit kan een uiterst gevaarlijke situatie opleveren voor het land. Nog eens, de democratie wordt uitgehold. Dat is de urgente reden dat het maar goed is dat Trump verliest.

Maar nu heeft Govert Buis in een originele column in het ND verklaard dat het jammer is dat Trump niet heeft gewonnen. Zijn redenering is: Trump heeft ontzettend veel kiezers achter zich verzameld, ook al heeft hij niet gewonnen. Die blijft hij de komende vier jaar mobiliseren om ongenoegen te zaaien en onrust te stoken. Over drie jaar stelt hij zich opnieuw kandidaat en wordt hij alsnog voor een tweede periode president. We raken van de regen in de drup.

Dat is natuurlijk een angstscenario. Is het reëel? Zal het hem lukken de Republikeinse Partij zo te gijzelen voor zijn eigen doeleinden? Ik kan natuurlijk niets uitsluiten, maar ik vraag het me af. Een verliezende figuur met evident onredelijke claims is niet aantrekkelijk om je aan te verbinden. Vele Republikeinse kopstukken zullen hier toch wel afstand van nemen! Bovendien is hij zijn onschendbaarheid kwijt. Allerlei misstanden zullen aan het licht komen die tot nu toe onder het tapijt zijn geveegd.
Maar we zullen het zien.

Om meer redenen is het goed dat Trump verliest en Biden wint. Ik noem één punt dat politiek geladen is, maar evenzeer te maken heeft met stijl en betrouwbaarheid, of beter: met stijlloosheid en onbetrouwbaarheid. Biden is kritisch op het Verenigd Koninkrijk met Boris Johnson aan het roer. Die heeft het principeverdrag met de EU over de economische grenzen eenzijdig opgezegd. Biden is daar vanwege zijn Ierse achtergrond kritisch op.  Dat verdrag was juist bedoeld om Noord-Ierland te beschermen voor een harde grens met Ierland en tegen het risico van oplaaiend geweld. Johnson krijgt voor zijn actie niet de politieke beloning die Trump hem zou hebben gegeven.

Het is van het grootste belang dat het fatsoen weer aan de macht komt, liever vandaag dan morgen. Dat zeg ik niet met het oog op allerlei politieke hete hangijzers, maar op de bescherming van de democratische rechtsstaat.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen