Prof. Arjan van den Os wijst de CGK (niet?) de weg

Dubbelinterview
In het ND van 11 april 2026 stond een dubbelinterview met twee nieuw benoemde hoogleraren voor het Nieuwe Testament, de een aan de theologische universiteit van de NGK in Utrecht, de ander aan de theologische universiteit van de CGK in Apeldoorn. Die laatste is dr. Arjan van den Os.

Gevoelige thema’s
Aan beide hoogleraren werd de vraag gesteld of ze zich ook uitspreken over gevoelige thema’s zoals de vrouw in het ambt en homoseksualiteit. Dat zijn immers onderwerpen waarover ook het Nieuwe Testament uitspraken doet. Of kunnen ze zich daar beter verre van houden? Beide hoogleraren kiezen voor terughoudendheid. Toch is het antwoord van Van den Os veelbetekenend.

Het antwoord van Van den Os
Hij zegt: ‘Heeft de kerk er baat bij dat ik mijn mening geef over allerlei zaken die gevoelig liggen? Ik denk niet dat ik de CGK ermee dien. Dan doe ik ook geen recht aan de complexiteit van het geheel.’ Is het waar dat hij hier niet zijn mening geeft over gevoelige zaken? Dat lijkt zo, maar dat is schijn.

Hij zegt meer dan hij suggereert
Stel je voor dat het Nieuwe Testament naar zijn mening duidelijk uitspreekt dat vrouwen geen ambtsdrager mogen worden. Dan zou hij wel degelijk van mening zijn de kerken ermee dienen dit luid en duidelijk uit te spreken. Dan zou het immers een kwestie zijn van ‘Zo spreekt de Heer!’ En als de kerk érgens baat bij heeft, dan is het te luisteren naar wat de Heer zegt. Als dienaar van het woord is het dan zijn plicht dit te verkondigen. Dat weet Van den Os natuurlijk ook. De enige conclusie kan daarom zijn dat hij van mening is dat niet op grond van het Nieuwe Testament gezegd kan worden: ‘zo spreekt de Heer!’. Daarvoor is naar zijn mening dit vraagstuk te complex.

Onverdachte getuige
Hier hebben we een onverdachte getuige die aangeeft dat toelating van vrouwen in een ambt niet kan worden gereduceerd tot de vraag of je trouw bent aan de Bijbel. Impliciet zegt hij: mét erkenning van het Schriftgezag kun je tot de conclusie komen dat vrouwen benoemen en bevestigen als ouderling in deze tijd Bijbels verantwoord is. Een onverdachte getuige noemde ik hem, afkomstig uit een behoudende kerk, en toch oog hebbend voor de nuances (‘complexiteit’) in de uitleg en de toepassing van de Bijbel.

Hovaardij
Leg dat nu eens aan tegen het drijven van de Rijnsburggroep. Die drijft de zaken op de spits. Die doet alsof het een uitgemaakte zaak is dat het Nieuwe Testament wél over vrouw en ambt zegt: ‘Zo spreekt de Heere!’ Dat vinden ze zelf namelijk, en wat zíj vinden geven ze uit voor de mening van God. Hoe hovaardig wil je het hebben? Het is hun een kerkscheuring waard.

Gehoorzaamheid onder voorbehoud
‘Ja maar, de kerken hebben dit uitgesproken, en we hebben beloofd ons aan kerkelijke besluiten te houden.’ Dat is hooguit een halve waarheid. Op die uitspraken in 2022 zijn revisieverzoeken binnengekomen, en die zijn inhoudelijk niet behandeld. En hebben we zonder voorbehoud beloofd ons aan alle kerkelijke besluiten te houden? In artikel 31 van de kerkorde, ook van kracht op grond van een kerkelijk besluit, staat dat we wat bij meerderheid van stemmen besloten is voor vaststaand en bindend houden, tenzij bewezen wordt dat dit in strijd is met het Woord van God, de belijdenis, de kerkorde of andere kerkelijke besluiten. De beloofde gehoorzaamheid staat dus onder een voorbehoud. Je kunt geen gehoorzaamheid afdwingen aan iets waarvan de bijbelse argumentatie vragen oproept, zeker niet als dat tot gevolg heeft dat op plaatselijk niveau het kerkzijn erdoor wordt gefrustreerd.

Voorzichtigheid en geduld
Laten we toch op ons laten inwerken hoe voorzichtig Van den Os over de toepassing van Bijbelteksten spreekt. Dat zou ons toch moeten motiveren geduld te hebben met broeders en zusters die ze anders verstaan dan wij.