Op twee punten hebben we tot nog toe de uitdaging van de komende CGK-synode toegespitst: de onderlinge diversiteit aan opvattingen en verwachtingen, en de manieren van Schriftuitleg. Het derde punt brengt die twee bij elkaar: hoe verder als de verschillen in Schriftuitleg onverzoenlijk blijken? Als er twee opvattingen blijven bestaan die elkaar uitsluiten? Moeten dan ook de verdedigers van die opvattingen elkaar uitsluiten? Mijn pleidooi gaat in een andere richting.
Geef elkaar vertrouwen
Mijn eerste advies zou zijn: richt je op wat je verbindt. Dat is altijd de rol van de drie reformatorische belijdenisgeschriften geweest (Heidelbergse Catechismus, Nederlandse Geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels): zij vertolken het ene geloof dat veel christenen verbindt. Het gaat daarin maar niet om een statutaire eenheid, een soort eenheidsformule, maar om een geestelijke verbondenheid en herkenning. Hier ligt de bron van ons behoud, hierin vinden we ons nieuwe leven, hieraan ontlenen we onze motivatie, dit geloof verbindt ons in dankbaarheid en in getuigenis. Als dit de basis is, is die basis sterk genoeg om elkaar vertrouwen te geven en elkaar vast te houden, ondanks de verschillen van inzicht in allerlei zaken. Laat het geestelijk confessionele gehalte van de synode hoog zijn, met veel gebed, samenzang en onderlinge gesprekken over de betekenis van onze God en Heer.
Oefen je in nederigheid
Nederigheid is een belangrijke deugd in het Nieuwe Testament. ‘Wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden’, en: ‘Verneder je onder de machtige hand van God, en Hij zal je verhogen’, lezen we regelmatig. Wat we vaak vergeten, is dat die nederigheid ook van toepassing is op onze opvattingen en gedragingen. ‘oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt’, zegt Jezus in Matteüs 7:1. Hij laat daar het beeld op volgen van de splinter en de balk: het is hypocriet om wel de splinter in het oog van de ander te willen zien, maar niet de balk in je eigen oog. En Paulus bindt ons op het hart: ‘Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle nederigheid de ander belangrijker dan uzelf’ (Filippenzen 2:3).
Deze spiritualiteit van de nederigheid is ook van belang op het moment dat je als christenen over de uitleg van bepaalde Bijbelteksten met elkaar van mening verschilt. Wanneer je overtuigd bent van je eigen gelijk blijkt pas echt hoe moeilijk het is toch ruimte te laten voor de mening van een ander die tot andere conclusies komt. Dat is echt een aanslag op je geldingsdrang. Dat valt wel inzichtelijk te maken. Als je er zo van overtuigd bent dat God aan jouw kant staat en niet aan die van de ander, waar baseer je dat dan op? Op de kracht van je overtuiging? Maar de ander is even sterk overtuigd van zijn of haar inzicht. Dan kan het niet anders of je denkt dat jouw denkproces betrouwbaarder is en dat de ander zich vergist, of je verdenkt de ander van kwade trouw, terwijl je jezelf oprecht vindt. Jij gaat vóór de ander.
Blijf elkaar vasthouden, respecteren en waarderen, ook bij verschillen van inzicht. Dan kun je met elkaar verder.
Geef elkaar de ruimte
Het derde advies is elkaar de ruimte geven. Dat is een wijziging ten opzichte van het verleden. Jarenlang hebben we het als kerken niet goed gedaan. Bij gevoelige onderwerpen legde een meerderheid de minderheid haar wil op. We hebben dat een lange periode gezien bij de beperkingen ten aanzien van het kerklied: alleen de psalmen, geen gezangen. Toen kwam er een klein aantal synodaal goedgekeurde Bijbelliederen, die toch niet echt het verlangen naar een brede inzet uit de schat aan kerkliederen kon stillen. Later kwam het verbod op toelating van vrouwen tot de ambten en van samenlevende homo’s aan het avondmaal.
In al die gevallen werd aan beide kanten het debat met een beroep op de Bijbel gevoerd, maar zonder dat de andere kant werd overtuigd. Wat moet je in zo’n geval? Een meerderheidsbesluit nemen en dat opleggen aan de minderheid? Maar dan worden de argumenten van de meerderheid maatgevend gemaakt. Ze krijgen een zodanig gewicht dat ze het handelen van de kerk bepalen. Ongehoorzaamheid daaraan wordt uitgelegd als ontrouw aan gezamenlijke afspraken, hoewel de ‘ongehoorzamen’ van mening zijn dat ze meer gehoorzaam moeten zijn aan God.
Maar je kunt het toch met de argumentatie oneens zijn, en je desondanks houden aan de synodale afspraken? Bij principiële zaken gaat dat niet op. Ik herinner aan een uitspraak van collega Dingeman Quant, bij leven een alom gerespecteerd kerkrechtspecialist, die verklaarde: een kerkenraad kan geen homo’s van het avondmaal weren puur om het feit dat de synode dat heeft bepaald. Hij kan dat alleen doen als hij zelf ervan overtuigd is dat God dit gebiedt. Ook leidinggevende gaven van vrouwen kun je niet onbenut laten als je niet overtuigd bent dat God dit vraagt. Het leidt tot steeds indringender kritiek uit de gemeente en op den duur tot veel frustratie.
In feite gaat zo de argumentatie voor uitsluiting in bepaalde opzichten van vrouwen en homo’s functioneren als graadmeter voor de rechte leer, en dat betekent: als aanvulling op de belijdenis. Die is toch de basis voor de kerkelijke eenheid. Daarin belijdt de kerk het gezag en de centrale inhoud van de Schrift als de genadige boodschap van redding. De zogenoemde ‘vierslag’ van de Rijnsburggroep – Schrift, belijdenis, kerkorde en synodale besluiten – is een aanslag op die centrale verenigende rol van de belijdenis. Alles wat je toevoegt aan de belijdenis als basis voor de eenheid doet afbreuk aan de belijdenis als basis voor de eenheid. Dat hebben de CGK altijd benadrukt tegenover de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten, die synodale uitspaken aan de belijdenis hadden toegevoegd. Zo’n verzwakking van de basis voor de eenheid leidt per saldo tot verdeeldheid. Die kant moeten we niet op.
Wat dit vraagt
Dit vraagt veel van de kerken. Elkaar vertrouwen bij verschillen in opvatting, je tegenover elkaar nederig opstellen en elkaar de ruimte geven, dat druist in tegen onze natuur. Vraagt dat het onmogelijke van mensen? In zekere zin wel. Maar wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Zelfverloochening door de kracht van de Geest. Verwachting gericht op de Drie-ene. Als we daar niet bij leven, is het een verloren zaak. Als we daar wel uit leven, is er leven en groei. Dan gebeuren er wonderen.
