Eer
Op 27 september promoveerde Thomas Bakker, predikant van een Hersteld Hervormde gemeente, aan de VU op het proefschrift Van homoseksualiteit naar hermeneutiek: Hermeneutische achtergronden van protestantse visies op homoseksualiteit. Daarin onderzoekt hij de hermeneutiek van vier theologen in relatie tot het thema homoseksualiteit, waaronder die van mij. Dat is een hele eer.
Of is het een twijfelachtige eer? Op de achterflap las ik de volgende opmerking: ‘In deze studie wordt aangetoond dat de eigenlijke kwestie niet exegetisch maar hermeneutisch van aard is.’ Daar heb je het weer, dacht ik even. Dit is het zoveelste voorbeeld van de bewering dat bij elke toegeeflijkheid richting homoseksuele relaties de hermeneutiek meer gezag krijgt dan de Bijbel.
Maar dat viel mee. De promovendus heeft echt zijn best gedaan om mij fair weer te geven. Een voorbeeld op p. 122 illustreert dat. Hij schrijft: ‘We doen hem geen recht als we stellen dat hij daarbij (dat is: bij de combinatie van gezag en mondigheid, BL) Bijbelse noties verbindt met (post)moderne denkwijzen, om ergens “tussenin” uit te komen.’ Dat heb ik wel anders meegemaakt.
Doel en methode
Wat had de auteur op het oog en hoe is hij te werk gegaan? Het ging hem niet om homoseksualiteit als zodanig, maar hij hanteerde dit thema als casus om te zien hoe gereformeerde theologen met verschillende opvattingen hierover hun standpunt hermeneutisch verantwoordden.
Daarbij beperkte hij meteen zijn aandachtsveld. Het ging hem niet om de filosofische hermeneutiek, maar om de theologische. De filosofische hermeneutiek stelt voorvragen, zoals: Is echt verstaan mogelijk? Wat is daarvoor nodig? Wanneer doe je recht aan een tekst? Wat is de rol van je eigen vooronderstellingen? Daaraan gaat hij grotendeels voorbij. Hij beperkt zich tot theologische hermeneutiek, die ingaat op het gezag van de Bijbel, de invloed van cultuurverschillen, de verhouding van de Bijbel tot de eigen ervaring, tot de traditie, tot de wetenschap, en het verband tussen Oud en Nieuw Testament.
Na analyse van de vier theologen legt Bakker hun hermeneutische keuzes aan tegen de hermeneutische posities in de Nederlandse Geloofsbelijdenis (opgesteld door Guido de Brès) en het boek Geestspraak van Henk van den Belt, dat qua inzichten het dichtst bij zijn eigen visie ligt. Ik vroeg me af of met name de keuze voor één verwante gereformeerde hermeneutische studie methodisch wel zuiver is: ben je zo wel kritisch genoeg naar je eigen uitgangspunten?
Maar de schrijver bleek niet kritiekloos Van den Belt in alles te volgen. Hij schroomde niet soms andere accenten te zetten. Dat resulteerde in een open en eerlijke evaluatie.
Methodische zwakte
Op één punt stuit ik op een methodische zwakte van het onderzoek die tot voorbarige conclusies leidt, zeker voor zover ze mij betreffen. Het lijkt mij onmogelijk het op een evenwichtige manier over hermeneutiek te hebben zonder daar de exegese bij te betrekken, zeker als de betreffende hermeneutische positie, zoals de mijne, aan het beroep op de Schrift het laatste woord toebedeelt!
De auteur gaat voorbij aan mijn exegetische, bijbels theologische waarneming: de driedeling cultische – civiele – morele wetten wordt in de Bijbel (Oud én Nieuw Testament) nergens gemaakt. Toch is dit onderscheid gangbaar geworden om het blijvende van de wet uit het voor nieuwtestamentische gelovige voorbijgaande te destilleren. Maar het gaat in de Bijbel bij de wet, ook bij Paulus wanneer hij de wet als een aanklagende en dodende macht beschrijft, om de gehele mozaïsche wet. Uit het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat die mozaïsche wet voor de gelovigen in hun totaliteit niet van toepassing is: zij hoeven zich daar niet meer aan te houden. Toch zijn er geboden en vermaningen waaraan zij zich wel moeten houden. Waardoor onderscheiden die blijvende geboden zich, als dat niet is doordat zij als morele geboden verschillen van cultische en civiele geboden? Mijn antwoord daarop is: door de liefde, en ik beroep me daarbij op tal van Schriftplaatsen. Niet de liefde die boven de wet staat (zoals Bakker mijn standpunt herhaaldelijk typeert) maar de liefde als het grootste gebod waar al het andere van afhangt. Dáár moet de ethiek dan in wortelen, ook als het over homoseksualiteit gaat.
De vereenzelviging door Van den Belt van morele geboden, de natuurwet en de scheppingsordeningen gaat dan ook niet terug op de exegese van de Bijbel. Die vormt een vooronderstelling om de Bijbel te lezen, afkomstig uit de theologie van de Middeleeuwen (Thomas van Aquino).
Doordat Bakker de verbinding tussen hermeneutiek en exegese niet onderzoekt, kan hij een lans breken voor de letter van het gebod – ook al zegt Paulus: ‘De letter doodt’ – en het als een gevaar beschouwen dat de liefde boven de letter van het gebod uitgaat. In het algemeen waarschuwt hij ervoor ‘bijbelse principes’ als liefde en gerechtigheid een te groot gewicht te geven ten koste van het letterlijke gebod. Dat is ook zijn belangrijkste kritiekpunt. Over William Webb en mij schrijft hij dat ‘de bedoeling van de tekst voor hen belangrijker is dan de tekst op zichzelf’ (p. 295). Voor mij is dit een onmogelijk alternatief. Voor Jezus en Paulus ook, als ik hen goed begrijp.
Hoe belangrijk voor mij de exegese is, wil ik ten slotte illustreren aan de hand van een uitspraak op p. 363: ‘Bij Loader en Loonstra zijn de ervaringen van homoseksuelen een reden om te pleiten voor homoseksuele relaties.’ Deze ervaringen staan niet op zichzelf. Ze zijn voor mij gerelateerd aan wat Paulus in Romeinen 13:10 schrijft: ‘De liefde doet de naaste geen kwaad’. Hier komen de ervaringen van die homoseksuelen in beeld bij wie het gedwongen alleen blijven en de permanente veroordeling van hun verlangens tot depressies en zelfmoordgedachten leiden.
Hermeneutiek zonder exegese (niet alleen in relatie tot homoseksualiteit, maar ook tot hermeneutiek) leidt tot eenzijdige hermeneutische visies die niet gereformeerd kunnen heten.
Felicitatie
Ondanks mijn bezwaar beschouw ik deze studie als een belangrijke stap vooruit in het onderlinge gesprek binnen de kerken over heikele onderwerpen. Ik wil de auteur er van harte mee feliciteren.
