Ds. Rein Kok op de ambtsdragersconferentie van Bewaar het Pand

Een goed gesprek is geen meningenstrijd, maar een gedachtewisseling over een vraag die je bezighoudt. Een goed geestelijk gesprek doet dat in het verlangen elkaar te dienen en te vinden in liefde. Helaas is de toespraak van collega Rein Kok Delen en/of helen op de ambtsdragerconferentie van Bewaar het Pand geen uitnodiging om zo’n gesprek aan te gaan. Hij legt niet uit dat er vragen liggen waarop we antwoorden zoeken, hij gaat niet in op de antwoorden die tot nu toe gegeven zijn, hij verklaart zich niet nader waarom sommige antwoorden zijn voorkeur hebben, hij schetst alleen opvattingen: opvattingen die hij verwerpt en opvattingen die de waarheid bevatten. En zo zet hij mij aan de verkeerde kant. Dat doet hij naar aanleiding van de brochure die ik eind vorig jaar geschreven heb, Hoe komt de kerk uit de crisis? Maar hij gaat verder terug, tot mijn boek uit 1994 De geloofwaardigheid van de Bijbel. Alleen maar opvattingen, geen probleemstellingen die om een antwoord vragen. Daarom kan ik de hoorder of lezer van zijn toespraak niet kwalijk nemen dat die bij het luisteren of lezen alleen maar bevreemding en onbegrip voelt opkomen bij wat ik naar voren breng.

Het is lastig om op zijn voorstelling van zaken in te gaan, omdat hij blijkbaar niet geïnteresseerd is in het ‘waarom’ van mijn uitspraken, niet geïnteresseerd in de vragen die erachter liggen en de weg van daaruit naar mijn (altijd voorlopige) antwoorden. Toch doe ik een beperkte poging.

In zijn teruggrijpen op mijn boek uit 1994 gaat hij voorbij aan de vraagstellingen die mij bewegen. Een daarvan is: hoe moeten wij de Schrift interpreteren, als een letterlijke duiding tot tegenstrijdigheden leidt, waarbij pogingen tot harmonisatie geforceerd aandoen en daardoor niet overtuigen? In de beantwoording daarvan zoek ik mijn weg, die ik trouwens graag voor beter geef. Maar betere antwoorden heb ik nog niet gekregen, ook niet van hem.

Hij gaat (bijna geheel) voorbij aan de vraag of de scheppingsorde in de Bijbel echt zo doorslaggevend is als vaak wordt beweerd. Ik verwijs daarvoor naar de joodse Schriftuitleg, de midrasj, als de manier waarop de nieuwtestamentische Bijbelschrijvers en ook Jezus zelf zijn gevormd in hun omgang met het Oude Testament, een manier waarop de uitleg wordt verweven met de (toenmalige) actualiteit. Die noemt hij wel, maar alleen om te laten zien hoe verwerpelijk de consequenties zijn die ik daaraan verbind. Hij blijkt geen last te hebben van vragen als: wat betékent het midrasj-achtige beroep in het Nieuwe Testament op het Oude voor de toepassing in ónze actualiteit?

Een andere vraag is hoe Paulus omgaat met de wet: de wet die als letter doodt, de liefde die de wet vervult, het vrij zijn van de wet, de rechtseis van de wet, de geestelijke betekenis van de wet. Kok gaat daar helemaal niet op in. Hij beperkt zich tot algemeenheden en citaten van anderen, meningen dus. Een voorbeeld: het citaat ‘We mogen de geboden nooit ten gunste van de eis van de liefde schrappen’. Hij gaat voorbij aan mijn toelichting dat het daar niet om gaat.

Het is diep triest te zien waarop zijn weergave van uitspraken die ik deed, uitloopt. ‘Als uiteindelijk de cultuur bepalend is, bevinden we ons op een glijbaan. Het bracht H.M. Kuitert tot de slotsom dat het geloof, inclusief het geloof in een god, verbeelding is.’ Zo’n uitspraak drukt zijn diepe bezorgdheid uit, dat begrijp ik wel. Maar ze is vooral suggestief en insinuerend. Ze suggereert namelijk de kwalijke gedachte dat uiteindelijk de cultuur bepalend is. Een van de speerpunten van mijn brochure is echter, dat weliswaar de cultuur onvermijdelijk een rol speelt in onze uitleg, maar dat de cultuur niet bepalend is. Daarom is de glijbaan van Kuitert niet aan de orde; schadelijke beeldvorming en polarisatie wel.

De Bijbel gaat ons erin voor kritisch te zijn op de heidense cultuur die Israël en de kerk omringt. Denk bij ons bijvoorbeeld aan de individualistische genotscultuur. Maar de Bijbel sluit ook aan bij algemeen aanvaarde (= cultureel bepaalde) praktijken, zoals polygamie en slavernij. In onze cultuur zitten diep gevoelde waarden die voor velen onopgeefbaar zijn, bijvoorbeeld persoonlijke ontplooiing en gelijke kansen voor vrouwen en mannen. Mijn bijdrage aan de discussie is een Bijbelse verantwoording van hoe we daarmee om moeten gaan.

Met zijn lezing heeft Kok de kerken geen dienst bewezen. Ze leidt alleen maar tot hakken in het zand, jezelf en je eigen groep versterken in de eigen mening, geen enkele moeite doen om de ander te begrijpen. Ik stel dit met leedwezen vast. Ook vind ik dat hij mij daarmee onrecht doet.

Dat brengt mij bij mijn laatste punt. Net als in mijn vorige blog neem ik de proef op de som. Heeft ds. Kok met zijn hermeneutische gereedschapskist míj verstaan? Het negatieve antwoord komt uit het bovenstaande ons tegemoet. Hij heeft mij niet begrepen en recht gedaan. Hoe zou dat komen? Daarvoor grijp ik terug op het begin. Een goed gesprek is geen meningenstrijd, maar een gedachtewisseling over een vraag die je bezighoudt. Die achterliggende vraag werpt licht op het ‘waarom’ van wat er gezegd wordt. Eens te meer blijkt: om een uitspraak te verstaan, moet je vragen naar de intentie die in de context tot uitdrukking komt. Dat is wat ik voortdurend probeer. Als dat niet wordt onderkend door iemand die over mij schrijft of spreekt, kan het niet anders of die persoon geeft een misleidende voorstelling van zaken. Een belangrijke hint voor onze hermeneutiek: laten we steeds weer vragen naar het ‘waarom’ van wat er staat.

Geplaatst in Logboek | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Pieter Boonstra versus Bert Loonstra

In het januarinummer 2022 van Nader Bekeken breekt ds. Pieter Boonstra, GKv-predikant van Bussum-Huizen, de staf over de ‘nieuwe hermeneutiek’, zoals die door Fokke Pathuis in Onderweg en door mij in mijn brochure Hoe komt de kerk uit de crisis? te hulp wordt geroepen. Boonstra vindt deze nieuwe hermeneutiek heilloos. Volgens hem verdraagt die zich niet met wat wij belijden over de Bijbel als het Woord van God.

In mijn reactie beperk ik mij tot mijn eigen aandeel. De aanleiding is duidelijk. In mijn brochure doe ik een appel op de kerken om verscheidenheid in visie over homoseksualiteit en vrouw en ambt te verdragen, met elkaar in gesprek te blijven en goed naar elkaar en de Bijbel te luisteren. Naast fundamentele Bijbeluitleg verwijs ik ook naar nieuwere inzichten over het verstaan van teksten. Ieder heeft zijn of haar eigen vooronderstellingen en –oordelen van waaruit hij of zij een tekst interpreteert. Dat leidt tot uiteenlopende interpretaties die we elkaar niet moeten willen opleggen. Voor de rest verwijs ik naar mijn blog van 9 november 2021 en naar de brochure die verkrijgbaar is via de boekhandel.

Wat is er volgens Boonstra loos? Volgens hem houdt de nieuwe hermeneutiek in dat we pas iets kunnen begrijpen wanneer we de situatie en de diepe intenties van de auteur van een tekst kennen. We zouden een oude tekst pas kunnen begrijpen wanneer we in de huid van de auteur kruipen en nagaan wat hij toen dacht en op het oog had. Hij noemt dit een psychologiserende opvatting van hermeneutiek. Daarmee sluit je volgens hem de auteurs op in hun eigen tijd. Hun horizon zou beperkt blijven tot de horizon van hun eigen tijd. Maar volgens Boonstra is dat bepalen van de oorspronkelijke context heel subjectief.  De moderne hermeneutiek doet je verzanden in het subjectieve drijfzand van jouw kijk op de situatie van toen en de intentie van de auteur. Vervolgens kan de uitlegger dan de Bijbel voor onze moderne oren enigszins acceptabel maken en datgene wat gezegd wordt veranderen.

Als hij met deze analyse van moderne hermeneutiek gelijk zou hebben, zou Boonstra terecht stellen dat deze opvatting van Schriftuitleg zich niet verdraagt met onze kerkelijke belijdenis over de Bijbel als Gods Woord. Zijn beschrijving van nieuwe hermeneutiek slaat de plank echter behoorlijk mis.

De proef op de som is natuurlijk of ik vind dat hij mijn brochure recht doet. Want als zijn ideeën over wat er bij goede tekstuitleg komt kijken juist zijn, dan past hij die uiteraard ook toe op de teksten die hij bekritiseert, waaronder de mijne. Welnu, ik kan je verzekeren dat dit helaas niet het geval is. Hij doet net of de nieuwe hermeneutiek voor mij het een en het al is en gaat eraan voorbij dat ik nauwgezet Bijbelteksten onderzoek op wat die te zeggen hebben, concreet op het punt van de scheppingsorde en van de betekenis van de wet. Ook probeer ik nergens in de huid van de auteur te kruipen. Boonstra meent het tegendeel te kunnen aantonen met een verwijzing naar mijn opmerking dat we aan de intentie van de tekst recht moeten doen. Maar deze verwijzing weerlegt hem. Met die opmerking speculeer ik niet op de subjectieve bedoeling van de auteur, maar richt ik me op de tekst.

Daar hoort nog iets bij. Boonstra doet net alsof alles afhangt van hermeneutiek, alsof de beste hermeneutische regels je een instrument in handen geven om de teksten te laten zeggen wat ze willen zeggen. Maar dat klinkt veel te methodisch. Het hangt altijd nog af van een werkelijke luisterhouding waarin je ontvankelijk wordt gemaakt door de heilige Geest, met fijngevoeligheid en oog voor samenhang, in nederigheid. Wanneer die ontbreekt gaat het altijd fout, daar helpt geen lieve hermeneutiek aan. Dat ik die nederige ontvankelijkheid in mijn brochure nastreef en van daaruit het gesprek zoek, daaraan gaat hij volledig voorbij.

Boonstra heeft een merkwaardig beeld van tekstverklaring. Hij is van mening dat je niet moet kijken naar de bedoeling, het waarom, maar alleen naar wat er staat, wat hij de ‘propositionele inhoud’ noemt, de in de tekst gedane uitspraken die waar of onwaar kunnen zijn. Dat is wel een heel smalle opvatting van tekstverklaring. Die is bijvoorbeeld in strijd met de opvatting van Herman Bavinck dat de historische geschriften van de Bijbel tendensgeschriften zijn. Dat betekent gewoon: ze hebben een bedoeling, een reden, ze bevatten een boodschap, ze willen iets bereiken. Ze willen mensen bewegen tot geloof en gehoorzaamheid en ze willen God groot maken. Als die bedoeling je ontgaat, ontgaat de betekenis je. Iets wordt altijd gezegd of geschreven met een bepaalde bedoeling. Vermoedelijk zal Boonstra iets anders bedoelen dan wat hij schrijft – of maak ik nu in zijn optiek de ‘fout’ van de nieuwe hermeneutiek? – , maar hij schrijft dingen die gewoon niet waar zijn.

De volgende misvatting is, dat de moderne hermeneutiek psychologiserend zou zijn, alsof we in de huid van de auteur zouden moeten kruipen om zijn tekst te begrijpen. Zijn tegenargument treft ook geen doel: ‘Er is immers communicatie mogelijk tussen verschillende culturen in verschillende tijden.’ Dat laatste is nu juist waar de moderne hermeneutiek van uitgaat. Maar zij is zich er ook van bewust dat we als gevolg van cultuurverschillen oude teksten kunnen misverstaan. Daarom moeten we ons zo goed mogelijk bewust zijn van de culturele vooronderstellingen aan beide kanten. Helemaal niet een uitlegger die de tekst naar zijn hand wil zetten; juist grote eerbied voor de tekst en wat die de ontvanger te zeggen heeft. De vooronderstellingen van de auteur komen we niet op het spoor door die naar believen in te vullen, maar door zorgvuldig de tekst te lezen.

Het spijt me dat bijna de enige overeenstemming in deze blog met Pieter Boonstra de klankovereenkomst in onze namen is. Ik had het graag anders gezien.

Er is één teken van hoop. Terloops schrijft hij: ‘Natuurlijk is het van belang om kennis te nemen van de context waarin de bijbelschrijvers leefden.’ Mijn vraag is dan onmiddellijk: waaróm is dat van belang? Als hulpmiddel dat eraan meewerkt de intentie van hun geschreven tekst te achterhalen? Als hij dat bedoelt, weerspreekt hij zijn eigen verhaal. Of mag ik die vraag naar het waarom en de intentie niet stellen?

Geplaatst in Logboek | Getagged , , | Een reactie plaatsen

2G is oké

Wanneer na verloop van tijd de samenleving weer opengaat, zal de discussie over 2G of 3G weer oplaaien. 3G heeft voordelen. Wanneer iemand genezen, gevaccineerd of negatief getest moet zijn om toegang te krijgen tot musea of evenementen, dan sluiten we geen mensen buiten. Daardoor wordt de tweedeling en de polarisatie in de samenleving zo min mogelijk gevoed. Dat is een reden om niet de voorkeur te geven aan 2G.

Dat wil echter niet zeggen dat 2G moreel verwerpelijk is. 2G wil zeggen: je bent of genezen of gevaccineerd, dan mag je naar binnen, anders niet. De derde mogelijkheid, negatief getest zijn, vervalt. Ongevaccineerde mensen worden dan voor het overgrote deel buitengesloten. Worden ze daarmee op een ongeoorloofde manier gediscrimineerd? Ik denk van niet.

Wanneer is sprake van ongeoorloofde discriminatie? Als er onderscheid wordt gemaakt op gronden die niet ter zake doen, bijvoorbeeld op huidskleur of geslacht. Discrimineren als zodanig gebeurt vaak ook op goede gronden. ‘Discrimineren’ betekent letterlijk ‘onderscheid maken’. Dat is gerechtvaardigd als er een goede reden voor is. Een voorbeeld van geoorloofde discriminatie is, dat jongeren onder de 18 geen alcoholische dranken mogen kopen. Reden: alcohol is extra slecht voor de ontwikkeling van hun hersenen.

Voor discriminatie op grond van 2G bestaat ook een goede reden. Mensen die gevaccineerd zijn kunnen het coronavirus bij zich dragen zonder dat ze er last van hebben. In een gezelschap waarin zich ook niet-gevaccineerden bevinden, lopen die laatsten een overmatig risico om door gevaccineerden te worden besmet. Daarmee kunnen zij een haard van nieuwe verspreidingen worden. Als gevolg daarvan raakt de gezondheidszorg overbelast. Behandeling van mensen met andere ernstige klachten moet op de lange baan worden geschoven. Dat is op z’n minst onwenselijk.

Bij de toepassing van 2G worden ongevaccineerden dus inderdaad achtergesteld ten opzichte van gevaccineerden, maar dat gebeurt niet op grond van overwegingen die niet ter zake doen. Bij het 2G-principe is dus niet sprake van ongeoorloofde discriminatie. Het is een offer dat ongevaccineerden voor hun keuze zich niet te laten vaccineren moeten brengen. Maar zij hebben geen reden dat iemand kwalijk te nemen. 2G is oké.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Een reactie plaatsen

De coronastop: opnamestop in ziekenhuizen

Hoe moeten we de verspreiding van het coronavirus beteugelen? 1G? 2G? Of 3G. 1G betekent: alleen de mensen die getest zijn, mogen naar binnen. Maar dat vraagt om zo’n enorme testcapaciteit, dat dit niet reëel is.
2G wil zeggen: alleen de mensen met afweerstoffen mogen naar binnen, hetzij doordat ze genezen zijn, hetzij doordat ze zijn gevaccineerd. Ongevaccineerden komen er niet in, ook al zijn ze negatief getest. Want gevaccineerden kunnen het virus bij zich dragen en daarmee de ongevaccineerden besmetten. Dat leidt tot veel te hoge aantallen positief getesten. De ziekenhuizen kunnen dit niet aan. Maar dan sluiten we de nonvaxxers buiten en dat leidt bijna tot vaccinatiedwang. Dat is zo’n grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, dat we dat niet willen.
3G dan: je mag naar binnen als je antistoffen hebt (door besmet te zijn geweest en/of door vaccinatie) of als je een negatief testbewijs kunt laten zien. Dat past het beste bij onze vrijheidsnormen, maar het is niet effectief genoeg.
Hoe komen we hier uit?

Misschien is er één manier om het virus effectief terug te dringen. Dat is dat de ziekenhuizen zodra een bepaald percentage ziekenhuisbedden door coronapatiënten wordt bezet, een opnamestop voor coronapatiënten instelt.
Dat lijkt een draconische maatregel: iemand met zware klachten, misschien wel ademnood, krijgt te horen: helaas, u kunt er niet meer bij. Ongetwijfeld gaat dit tot schrijnende situaties leiden die veel commotie zullen veroorzaken.
Echter, hoe schrijnend is het dat mensen die snakken naar een hartoperatie of een behandeling tegen kanker nu alsmaar moeten wachten, omdat er niet genoeg plaats is op de IC. Is dat niet precies hetzelfde, al lijkt hun situatie minder urgent? Die lagere urgentie is veelal maar schijn, want de risico’s op onomkeerbare en fatale schade worden door het uitstel verhoogd, ook al valt dat niet per geval precies vast te stellen. De urgentie lijkt alleen maar lager, als gevolg van het feit dat het verloop bij een individueel geval minder goed is te voorspellen. Maar de statistieken spreken duidelijke taal. Niet even acuut, maar wel even urgent.

Wat zijn de voordelen van zo’n opnamestop?
– Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gevaccineerden en ongevaccineerden. Vol is vol. Geen discriminatie dus bij de poort.
– Het 3G-beleid kan worden voortgezet. Dit is niet supereffectief, maar dat drukt niet meer op de ziekenhuisbezetting. De opname wordt bepaald door de vastgestelde maximale opnamecapaciteit.
– Andere behandelingen kunnen ook doorgaan, zonder dat het personeel overbelast raakt.
– De verantwoordelijkheid komt te liggen waar die hoort: bij ons allemaal. Wíj zijn er verantwoordelijk voor dat het aantal besmettingen zo laag wordt en blijft, dat er geen patiënten onbehandeld moeten blijven.
– Dit beleid gaat ertoe leiden dat meer mensen zich laten vaccineren. Het vooruitzicht om bij ernstige ziekteverschijnselen niet de nodige medische behandeling te kunnen krijgen, lokt niet aan.
– Ook andere maatregelen zullen beter worden nageleefd, zoals de 1,5-metermaatregel, om dezelfde reden.
– Het resultaat zal zijn dat veel minder mensen ernstig ziek zullen worden. De opnamebehoefte neemt snel af, zodat de ziekenhuizen beneden het kritieke percentage blijven.

Als ik dit zo schrijf, denk ik oprecht het goede antwoord op de impasse te hebben. Tegelijk moet ik wel iets wegslikken. Ik realiseer me dat ik zelf, als 65-jarige, weliswaar dubbel geprikt, een van de patiënten zou kunnen worden voor wie geen plaats is in het ziekenhuis. Toch wil het er bij mij niet in dat ik dan slachtoffer word van een onrechtvaardigheid. Of het moest de onrechtvaardigheid zijn van hen die de regels aan hun laars lappen. Maar niet de onrechtvaardigheid van het ziekenhuisbeleid. Want het ziekenhuis moet in de volle breedte dienstbaar kunnen zijn aan ernstig zieken. Daar mag onverantwoord gedrag tijdens een pandemie geen afbreuk aan doen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Gouda stuurt een brochure naar alle CG kerkenraden

In de CGK staan verhoudingen op scherp, dat is geen nieuws. De opvattingen over homo’s aan het avondmaal en vrouwen in een ambt staan soms lijnrecht tegenover elkaar. Er ligt nu een voorstel (“instructie”) van de Particuliere Synode van het Westen op de tafel van de Generale Synode om te beoordelen of vrouwen in de ambten kunnen worden toegelaten. Door de coronacrisis is de behandeling hiervan uitgesteld tot juni 2022. Dat geeft de kerken extra tijd voor bezinning. En die is wel nodig. Door enkele “behoudende” predikanten is er fors stelling genomen: de vrouw in het ambt is ondenkbaar in een CGK.

Zelf heb ik een brochure geschreven met een bezinning op bovenstaande onderwerpen en op het kerkelijk samenleven, met als titel:
HOE KOMT DE KERK UIT DE CRISIS?
Een oproep om elkaar vast te houden en los te laten
De kerkenraad van Gouda heeft besloten deze brochure te versturen aan alle kerkenraden.

Wat kan de lezer verwachten? Strikt genomen gaat de brochure niet specifiek over de positie van homo’s en vrouwen, maar over hoe we de Bijbel moeten lezen. Hoe komt het dat de één tot andere conclusies komt dan de ander, terwijl we toch dezelfde Bijbel lezen? De brochure laat zien dat de benadering van Gouda en andere gemeenten recht doet aan wat de Bijbel zegt. De verschillen in uitkomst hebben te maken met verschillende leesbrillen waarmee we de Bijbel lezen en de boodschap begrijpen.

Het eerste hoofdstuk gaat over de schepping. Sommigen denken vanuit een onveranderlijke scheppingsstructuur. Van daaruit is de vrouw ondergeschikt aan de man en is homoseksualiteit alleen maar fout. Maar geeft de Bijbel wel aanleiding tot zo’n strikte scheppingstheologie? Het antwoord is ‘nee’.

Het tweede hoofdstuk behandelt de vraag hoe wij de aanwijzingen van de apostelen – zoals: ‘de vrouw moet zwijgen’ – begrijpen en in onze tijd moeten toepassen. Zijn die aanwijzingen bedoeld als geboden voor alle tijden, of gaat het over hoe in de tijd van de apostelen de kerk het beste kon worden georganiseerd? Het Nieuwe Testament zelf betoogt dat het niet om de regels op zich gaat, maar om wat nuttig is en de opbouw bevordert. Verder hebben ze als doel dat we ons beheersen, en onze naaste liefhebben en dienen. Dat is niet statisch maar flexibel.

Hoofdstuk 3 werkt de gedachte uit dat ons verstaan van de Bijbel mede bepaald wordt door wie we zijn: ons wereldbeeld, onze waarden, onze interesses.
In de huidige kerkelijke tegenstellingen staan twee culturen tegenover elkaar: het belang van een logisch en vertrouwd systeem waarin alles zijn vaste plek heeft aan de ene kant, en het belang van het recht op vrijheid en ontplooiing aan de andere. Het is belangrijk dat we die voorgesorteerde culturele posities gaan herkennen en bespreken. Dat ziet niet iedereen onder ogen. De kritiek is: door te aanvaarden dat ons begrijpen van de Bijbelse boodschap mede bepaald is door wie we zelf zijn, gaat de tijdgeest heersen over het evangelie. Die kritiek is niet terecht. Als je erkent dat iedereen de Bijbel leest door een bepaalde bril, ga je je eigen opvattingen niet snel uitgeven voor de wil van God.

In hoofdstuk 4 komt aan de orde wat er gebeurt wanneer een synode de vrouw in het ambt gaat verbieden. Kerkenraden die op basis van Gods Woord zich daarin niet kunnen vinden, komen in een spagaat terecht. Loyaliteit aan het kerkverband vraagt dan om het volgen van de synodale uitspraak, ook al ben je het er niet mee eens. Maar als je vindt dat daarmee onrecht wordt gedaan aan vrouwen, gaat dat tegen het geweten in. In zo’n positie mag een kerkverband een gemeente niet brengen.

Het slothoofdstuk brengt alle elementen bij elkaar in een pleidooi om elkaar vast te houden en los te laten. Dat is: elkaar loslaten zoals ouders hun volwassen kinderen loslaten. Er is nog steeds een diepe verbondenheid in liefde en vertrouwen, je houdt nog steeds zoveel mogelijk rekening met elkaar, maar je gaat elkaar niets opleggen.

Ik hoop en bid dat de brochure verdieping kan geven aan het onderlinge gesprek, en dat zij eraan bij kan dragen dat de synode een wijze uitspraak doet.
Uitgeverij Buijten & Schipperheijn in Amsterdam brengt de brochure op de markt. Ze is te koop voor € 5,95 en bevat 48 pagina’s met twee kolommen per pagina. Het ISBN is 978-94-6369-165-9.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Arrestatie vanwege belediging christendom

De Indonesische imam Muhammad Yahya Waloni is door de politie van Jakarta gearresteerd op beschuldiging van blasfemie. In een preek noemde hij de Bijbel onwaar en fictie. Van dat bericht, op 1 september 2021 in het ND, schrok ik. Misschien verbaast dat deze of gene. Waarom zou een moslim straffeloos het christelijk geloof verdacht mogen maken, terwijl omgekeerd christenen voor het minste of geringste worden gearresteerd en zelfs ter dood veroordeeld op grond van onbewezen beschuldigingen van belediging van de islam? Is het niet juist goed dat de Indonesische overheid zich verzet tegen een al te sterke islamitische overheersing?

Die tegenwerpingen begrijp ik natuurlijk. Maar toch zit de schrik er bij mij goed in. Want als een moslim niet meer mag zeggen dat de Bijbel onwaar en verzonnen is, dan mag een christen niet meer zeggen dat de Koran onwaar en verzonnen is. Dan komen we terecht in griezelige verhoudingen. Ook als het waar is dat de Indonesische overheid goede bedoelingen heeft, en christenen niet wil achterstellen bij moslims, is de methode die ze gebruikt bedenkelijk, en wel om de volgende redenen.

De eerste reden betreft de vrijheid van meningsuiting. Het gaat nu even niet over de vraag of het verstandig is om het heilige boek van een ander geloof publiekelijk af te kraken. Naar mijn inzicht is dat niet het geval. Waar het over gaat is of je de ruimte hebt om te zeggen wat je vindt. Als je echt ervan overtuigd bent dat het door jou afgewezen, voor anderen heilige boek onbetrouwbaar is, dan moet je dat ook mogen zeggen. Dat is geen kwestie van blasfemie, godslastering, maar van het openlijk uitkomen voor je mening. Godslastering wordt het pas, wanneer je je opvatting kracht bijzet met denigrerende, spottende opmerkingen die ten doel hebben het boek belachelijk te maken. Of in dát geval de overheid zou moeten ingrijpen, is weer een andere vraag. Die laat ik hier liggen. In ieder geval is het moreel verwerpelijk. Vrijheid van meningsuiting is niet een ongebreidelde vrijheid om te beledigen.

Naast vrijheid van meningsuiting is er nog een reden van het bericht te schrikken, en die is minstens zo zwaarwegend. Van mening zijn dat het andere boek onbetrouwbaar is, is op een aantal punten onvermijdelijk. Waar Bijbel en Koran het over dezelfde dingen hebben en daarover elkaar tegenspreken, daar kunnen ze niet allebei waar zijn. Denk aan de verkiezing van Israël, aan Jezus als de Zoon van God, en aan zijn kruisiging en opstanding. Voor christenen zijn dit kernwaarheden die zij lezen in de Bijbel, in de Koran worden ze weersproken. Als je deze kernpunten als waarheid belijdt, kun je de ontkenning daarvan alleen maar als onwaarheid en leugen beschouwen. Omgekeerd, wanneer je het oordeel van de Koran volgt, dan kun je niet anders dan deze Bijbels gefundeerde belijdenissen verwerpen als vals. De twee sluiten elkaar uit. Het probleem is dan: als je niet het andere boek als verdacht mag beschouwen, kun je ook niet je eigen heilige boek als waarheid beschouwen. Het ene hangt met het andere samen. Hier is niet alleen de vrijheid van meningsuiting in het geding, maar ook de vrijheid van godsdienst.

Het heeft er allemaal mee te maken dat wij in het geloof een absolute waarheid belijden, absoluut in de zin van: verheven boven alle aardse betrekkelijkheid en menselijke meningsvorming. Dat geldt voor christenen en voor moslims. Trouwens niet alleen voor hen. Veel niet-gelovige mensen leven bij de grondstelling: alles is relatief, iedere mens heeft zijn of haar eigen waarheid die niet verder gaat dan zijn of haar eigen levensovertuiging. Maar dit is ook een geloofsvooronderstelling die absolute trekken krijgt. Ieder die haar bestrijdt, christen of moslim, wordt als een bron van onverdraagzaamheid beschouwd. Hoe paradoxaal! Zij die beticht worden van onverdraagzaamheid, worden niet verdragen.

Blijft de roeping aan christenen en moslims om te respecteren dat ook de anderen leven bij wat voor hen als absolute, heilige waarheid geldt. Zij moeten begrijpen wat een niet-gelovige vaak niet begrijpt: dat dit een exclusieve aanspraak met zich meebrengt die de aanspraak van de ander uitsluit. Maar dat hoeft niet te betekenen dat de ander als persoon wordt afgewezen. God is groter dan onze voorstellingen van Hem. Dit besef kan ons verenigen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Is de ‘nieuwe hermeneutiek’ inderdaad zo gevaarlijk?

Op woensdag 9 juni 2021 kreeg ik een mail toegestuurd met een verklaring van gevoelen, opgesteld door vier collega’s, over het gezag van de Schrift en de verderfelijke invloed van de zogeheten nieuwe hermeneutiek in de kwestie vrouw en ambt. Zij nodigen alle CG collega’s die hun verontrusting delen uit voor een bijeenkomst op 18 september om met elkaar van gedachten te wisselen over deze materie. Zij nemen het verschil van inzicht binnen de kerken hoog op. De kerk is naar hun inzicht in een crisis. Indien ruimte zou worden gegeven aan vrouwelijke ambtsdragers, zou de grondslag van het samen kerk-zijn worden ondermijnd.

‘Hermeneutiek’ verklaren zij als het geheel van regels die in acht genomen worden bij de uitleg van de tekst. Daaronder valt dat de Schrift haar eigen uitlegster is, en dat je bij de uitleg en toepassing rekening moet houden met de verschillende genres. Een historische tekst moet anders gelezen worden dan een lied, om maar iets te noemen. Deze hermeneutiek is dienstbaar aan het goede verstaan van de Bijbeltekst.

De ‘nieuwe hermeneutiek’ voldoet hier volgens de opstellers niet aan. Die laat zich leiden door de autonome verstaanshorizon van de moderne mens. Dan worden Schriftwoorden benaderd als tijdgebonden en bepaalt de huidige cultuur de uitkomst van de uitleg van de Schrift. Wat in de tijd van de Bijbel cultureel op verzet stuitte, bijvoorbeeld dat vrouwen zich in sociaal verband op de voorgrond drongen, doet dat nu niet meer. Tegenwoordig neemt men er veeleer aanstoot aan als vrouwen in rechten worden achtergesteld bij mannen. Daarom zijn die bepalingen van Paulus over het zwijgen en niet onderwijzen door de vrouw nu niet meer van toepassing.
Volgens de auteurs wordt hiermee de Schrift van haar gezag beroofd.

Als nieuwe hermeneutiek inderdaad betekent dat de autonome verstaanshorizon van moderne mensen maatgevend wordt, is de waarschuwing die zij uiten behartigenswaardig. Ik denk echter dat zij die dit beweren te kort door de bocht gaan. Het is onmiskenbaar dat voor- en tegenstanders van de opening van de ambten voor vrouwen de Schrift verschillend verstaan. Maar dit verschillende verstaan van de Schrift wordt niet daardoor ingegeven dat de een wel maar de ander niet aan de Schrift het laatste woord geeft. Het verschil is theologisch van aard, bij een gemeenschappelijke erkenning van de autoriteit die aan de Schrift toekomt.

Stel je eens voor dat inderdaad in een gemeente velen het intuïtief als onrechtvaardig ervaren dat vrouwen niet dezelfde mogelijkheden hebben als mannen. Moet dan toch deze door hen als onaanvaardbaar aangevoelde toestand voortduren, en moeten deze gevoelens worden onderdrukt? Blijft hier het gebod niet een uiterlijke zaak die niet innerlijk omarmd kan worden? Maar is dit niet in strijd met het karakter van het nieuwe verbond, waarin de Geest de wet in het hart schrijft? Is vasthouden aan de letter dan de oplossing? Terwijl Paulus toch op drie plaatsen, steeds in een ander verband, verklaart dat de letter doodt, maar dat de Geest levend maakt. Wat te denken over de notie van onze vrijheid in Christus, die toch een doorgaande lijn in de prediking van de apostel is? En wat te denken van de liefde als de vervulling van de wet? Dit zijn toch alle Bijbelse noties?
Of willen de opstellers gelovigen die de emancipatie van de vrouw als terechte correctie op haar vroegere onderdrukking beschouwen, allen het ware geloof ontzeggen? Welke negatieve gevolgen heeft dit niet ook voor de pioniersplekken en andere missionaire contacten van de kerk.

In werkelijkheid gaat de nieuwe hermeneutiek niet over voorrang geven aan de ‘autonome verstaanshorizon’ van de hedendaagse mens, zij gaat erover dat iedereen zijn en haar eigen verstaanshorizon meebrengt. Dat is geen keuze, dat is een gegeven. Het kan ook niet anders. Zonder voorgegeven verstaanskaders kunnen wij een tekst niet begrijpen. Het is juist goed dit te bedenken, want zo zijn we gewaarschuwd dat we die verstaanskaders niet ongecontroleerd onze uitleg laten bepalen, maar dat we ons daar rekenschap van geven en ze toetsen in de ontmoeting met de tekst.
Wie zich geen rekenschap geeft van zijn eigen voorverstaan, gaat zijn eigen Schriftverstaan beschouwen als de waarheid van God zelf. De ironie is dat je je daarmee pas echt op de plaats van God stelt en je níet onderwerpt aan zijn Woord.

Ook theologen die met een beroep op de Schrift tegen de vrouw in het ambt zijn, brengen hun vooronderstellingen mee. Dat zij zo hechten aan de letterlijke tekst zou wel eens kunnen samenhangen met de (moderne!) behoefte om de eigen zekerheid te funderen in een onbetwistbaar principe (het zogeheten funderingsdenken). Ook hun nadrukkelijke scheppingstheologie (het laatste woord aan onveranderlijke scheppingsordeningen over de verhouding van man en vrouw) zou daarmee kunnen samenhangen. Het is maar de vraag of het Nieuwe Testament zo’n scheppingstheologie rechtvaardigt. De problematisering daarvan is opnieuw een Bijbels-theologische vraag, niet een die impliciet door een’nieuwe hermeneutiek’ wordt bepaald.

De nieuwe hermeneutiek zegt: wij hebben allemaal onze vooronderstellingen, maar die zijn niet autonoom. Het laatste woord is aan de Schrift. Als dat niet mijn overtuiging zou zijn, zou ik ontheffing vragen uit het ambt van predikant. Daarmee is niet gezegd dat het altijd gemakkelijk is om aan de Schrift recht te doen. Daarvoor hebben we elkaar hard nodig.

Wat de vier opstellers van de verklaring van gevoelen zouden moeten doen, is niet gelijkgezinden samenroepen voor een bespreking, maar andersdenkenden, om het inhoudelijke gesprek te voeren. Anders ga je elkaar maar bevestigen zonder zelfkritiek toe te laten. Dát is de dood in de pot voor de eenheid van de kerk, die ons in Christus toch gegeven is als zegen en als dure roeping.
Tot zulke broederlijke ontmoetingen wil ik mijn vier collega’s hartelijk oproepen.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

De CGK en ds. Peter van Dolderen

Mijn gewaardeerde collega Peter van Dolderen is van CG predikant NG predikant geworden. Het meeste blijft voor hem overigens hetzelfde. Hij is voorganger van de samenwerkingsgemeente van CGK en NGK in Almere. Dat blijft hij gewoon. Toch is er iets veranderd. Hij is nu als predikant niet meer gebonden aan hem knellende synodebepalingen van de CGK, waar hij zich via zijn handtekening aan onderworpen heeft. Die bepalingen gaan over de ontzegging van de toegang tot het avondmaal voor lhbt-mensen die in een homorelatie leven, en over de weigering tot op heden vrouwen te aanvaarden als ambtsdragers. De CG classis Amsterdam heeft vastgesteld dat geen sprake is van trouweloze verlating van het ambt en heeft daarom haar medewerking aan de overgang verleend.
Voor Peter ben ik alleen maar blij dat het zo is gelopen, en dat hij de medewerking heeft gekregen waar hij om vroeg. Tegelijk heb ik naar aanleiding van deze affaire een paar vragen aan het CG kerkverband.

Mijn eerste vraag luidt: is het moreel gerechtvaardigd om een dienaar zo in gewetensnood te brengen? Het proces over vrouw en ambt loopt nog op de synode, dus die kwestie laat ik hier rusten. Maar als het gaat over het besluit om samenlevende homo’s van het avondmaal te weren, wordt hier iemand in zijn pastorale geweten geraakt. Ik herinner me een uitspraak van ds. Dingeman Quant, die in een interview heeft laten optekenen dat een kerkenraad nooit homo’s van het avondmaal mag afhouden puur op grond van een synodebesluit. Hij kan dat alleen vanuit een diepe eigen overtuiging dat God dit vraagt. Anders is zo’n maatregel pastoraal onverantwoord.

Op mijn eerste vraag zullen zij die achter het synodebesluit staan, antwoorden: wij zijn er op grond van Gods Woord van overtuigd dat samenleven als homoseksuelen tegen Gods bedoeling ingaat en daarom zonde is. En mensen die in zonde leven moeten van het avondmaal worden geweerd. Dit zeggen wij niet om hen liefdeloos de deur te wijzen, wij willen in liefde en geduld een weg met hen gaan, maar die moet er wel op uitlopen dat zij leren inzien dat hun relatie niet naar Gods wil is en dat zij die op grond van dat inzicht gaan verbreken.

Intussen is uit de interne discussies wel duidelijk dat niet iedereen deze opvatting onderschrijft. Anderen komen op grond van hun bestudering van de Schrift tot een andere conclusie. De uiteindelijke uitkomst van dit debat is gewoon bepaald door de meerderheid binnen de kerken. Hoe principieel is dat?

Een synode kan twee dingen doen. Ze kan zeggen: hierover bestaat verschil van inzicht, we laten dit punt onbeslist en geven ruimte voor verschillende praktijken. In dat geval hoeft Van Dolderen zich niet in zijn geweten bezwaard te voelen. Ze kan ook zeggen: dit is voor ons zo wezenlijk, dat we deze uitspraak toevoegen aan de leer die wij samen hebben aanvaard en die is samengevat in de drie reformatorische belijdenissen. De consequentie daarvan is, dat je broeders met wie je eerst één was op basis van een gemeenschappelijk belijdenisfundament, nu gaat uitsluiten, omdat ze die toevoeging niet kunnen aanvaarden. Dat is niet alleen onbroederlijk, dat is onfatsoenlijk. Een uitspraak toevoegen aan de aangenomen leer kan alleen, wanneer je samen unaniem daar achter staat. Dat is hier niet het geval.
De synode wilde niet zover gaan de uitspraak over homo’s en avondmaal als een leeruitspraak te kwalificeren. Toch wordt het als een breekpunt beschouwd binnen de confessionele eenheid. Daarmee maak je de kerk tot een club van gelijkgezinden, in plaats van een gemeenschap op basis van het gemeenschappelijke geloof. Wat een afbreuk aan de kerk van Christus!

Ik heb nog een vraag aan de CGK. Heeft de CG classis zich gerealiseerd dat met de overgang van ds. Van Dolderen de zaak niet is opgelost? Hij is nog steeds de voorganger van een samenwerkingsgemeente, die wat het CG deel betreft nog steeds aanhikt tegen het synodebesluit. Heeft de classis zich gerealiseerd dat haar beslissing pas de eerste stap is op een weg waarin álle CG ambtsdragers en CG leden van Almere lid worden van de NGK? Is dit de oplossing die wordt voorgestaan om lastige dissidenten uit de kerkgemeenschap kwijt te raken?

Mijn laatste vraag is niet alleen gericht aan de CGK, maar ook aan Peter. Is het terecht om iemand die zich om fundamentele, Bijbelse redenen niet aan het synodebesluit houdt, te brandmerken als iemand die zijn woord breekt? En moet zo iemand zichzelf dat aanrekenen? Ik denk het niet. Er staat namelijk in één van de belijdenissen die de kerken onderschrijven: men mag de concilies, decreten of besluiten (ook synodebesluiten dus) niet gelijk stellen met de goddelijke Schriften (N.G.B. artikel 7). Wanneer een kerkelijk besluit in strijd is met jouw Schriftverstaan, is het niet alleen geoorloofd jouw eigen verstaan van de Schrift als leidraad te nemen, het is zelfs geboden. Waarbij wel je bereidheid verondersteld wordt je interpretatie in samenspraak met je broeders en zusters kritisch te toetsen. Dit is niet iets wat ik verzin, dit is wat de kerk leert.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , , | 1 reactie

Functie elders

2 april 2021
Mijn blog van gisteren is achterhaald door de feiten: degene die de naam van Pieter Omtzigt heeft genoemd, is Mark Rutte. Toch laat ik hem staan, als voorbeeld van hoe deze dingen mijns inziens principieel moeten worden aangepakt.

In deze blog neem ik een voorschot op het Kamerdebat dat vermoedelijk vandaag (donderdag 1 april 2021) gehouden wordt over de uitgelekte aantekeningen van verkenner Ollongren met centraal daarin de meest gevoelige opmerking: ‘Positie Omtzigt – functie elders.’
Velen in de Tweede Kamer willen dat de onderste steen boven komt. Dat lijkt me niet nodig en ook niet wenselijk. Om met dat laatste te beginnen: verkennende gesprekken hebben iets vertrouwelijks en dat moet zo blijven. Anders kun je niet onderhandelen.

Maar het is ook niet nodig. Waar die gewraakte opmerking ook vandaan komt, de verkenners Ollongren en Jorritsma zijn er 100% verantwoordelijk voor en ze hebben die verantwoordelijkheid ook volmondig erkend. De vraag of ze daarmee anderen uit de wind willen houden, is wel bijzonder interessant, maar niet zo relevant. Ze leidt de aandacht af van waar het eigenlijk om gaat. Ter zake is wat zíj gedaan hebben.

Wat hebben zij gedaan? Zij deden de suggestie om een wettig verkozen lid van de Tweede Kamer, dat met bijna 350.000 voorkeurstemmen gekozen is, op een zijspoor te zetten; een kamerlid bovendien dat grote verdiensten heeft getoond door op bekwame wijze strijd te voeren tegen bestuurlijke onduidelijkheid en misleiding die er stelselmatig op gericht zijn de controlerende functie van de volksvertegenwoordiging te ondermijnen. Hij kwam en komt daarmee als geen ander op voor het democratische gehalte van onze staatsinrichting.

Uitgerekend voor dit royaal verkozen verdienstelijke kamerlid wordt met behulp van de door hem bekritiseerde ondoorzichtige bestuurscultuur een plannetje uitgebroed om hem onschadelijk te maken. Deze twee verkenners zijn op heterdaad betrapt op antidemocratisch gedrag, juist op een scharnierpunt van ons landsbestuur. Dat moet gevolgen hebben.

Als ik woordvoerder van de ChristenUnie of het CDA was, zou ik benadrukken dat mensen die zulk antidemocratisch gedrag vertonen het recht verspelen om een staatsambt te bekleden. Het zou na een onbevredigend wederhoor moeten leiden tot het onmiddellijke aftreden van minister Ollongren. Kamerlid blijft ze, want daartoe is ze democratisch verkozen.

Maar hiermee ben ik nog niet klaar. Ik zou aan Rutte en Kaag vragen of zij als fungerende fractievoorzitters van hun partij zulke antidemocratisch opererende partijleden in bescherming nemen. VVD en D’66 dragen allebei ‘democratie’ of ‘democraten’ in hun naam. Rutte en Kaag kunnen zich niet verschuilen achter de schuldbekentenis van de twee ex-verkenners, want zonder heterdaadje waren die gewoon op hun eigen spoor verder gegaan. Als Rutte en Kaag dan beschermend om hun ex-verkenners heen gaan staan, maken ze zich medeplichtig aan hun antidemocratische gedrag.

Voor ‘mijn’ partij zou dat reden zijn om in dat geval het vertrouwen in hen als ministers op te zeggen. Het heeft niet zoveel zin om Rutte op staande voet weg te sturen, omdat dan het landsbestuur uit elkaar valt. Maar voor deelname aan een nieuwe regering zou ik als voorwaarde stellen dat niet alleen Ollongren of eventueel Jorritsma, maar ook Rutte en Kaag buiten die regering blijven. Hun functie is elders. Niet buiten de politiek maar in de Kamer. Want daartoe zijn zij democratisch gekozen.

We weten inmiddels dat het anders is gegaan. Alle aandacht ging uit naar Rutte, omdat hij het over Omtzigt had gehad. Ollongren is verder buiten schot gebleven, ondanks haar eerdere verklaring dat zij volledig verantwoordelijk was en dat dit niet had mogen gebeuren. Niet Omtzigt was het onderwerp van gesprek geweest, maar de mogelijke instabiliteit van het CDA, omdat Omtzigt zoveel voorkeurstemmen had gehad. Dus toch Omtzigt. Zij is niet afgerekend om de verantwoordelijkheid die zij heeft genomen.
Is de argwaan jegens het zich niet herinneren door Rutte terecht? Ja. Er zijn twee vormen van vergeten. Er is volledige amnesie, een gat in je geheugen, dat van iets je helemaal niets bijstaat, en er is ‘o ja-vergeetachtigheid’: je was het even vergeten, maar een ander herinnert je eraan. Die laatste vorm kan de beste overkomen, de eerste is ongeloofwaardig.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Ommezwaai van de PKN

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) staat nu weer 30 kerkgangers toe en gaat ook weer akkoord met samenzang, zij het met maximaal vier personen. Dat is een versoepeling ten opzichte van het beleid vanaf de tweede helft van december 2020. Wat is daarvoor de motivatie? Dat de rek er uit is, en dat mensen weer sterk naar fysieke bijeenkomsten verlangen. Zoals we de roep om verruiming ook uit de samenleving horen.

Deze beleidswijziging kan worden getypeerd als een ommezwaai. Vooral omdat er geen redenen worden aangevoerd die met de risico’s van de verspreiding van het virus te maken hebben. Je kunt het ook een zwalkbeleid noemen. Het is het overspringen van de ene soort argumentatie naar de andere. Eerst staat de veiligheid voorop, dan het verlangen naar ontmoeting, zonder dat er in de ontwikkelingen aanleiding is voor deze wijziging. De aantallen besmettingen nemen nog steeds niet af, de druk op de gezondheidszorg is nog steeds te groot, en het gevaar van besmettelijker varianten is nog steeds niet geweken.

Het enige wat veranderd is, is het sentiment in de samenleving. Steeds meer mensen roepen om versoepeling van de maatregelen. Winkeliers en horecaondernemers willen hun zaak toch open doen. Je zou kunnen verdedigen: als de kerk daarin meedoet, komt ze op minder kritiek te staan dan voorheen. Maar dat was toch niet de enige reden? De schok van Biddinghuizen (twee doden na een opnamesessie van een muziekgroep met het oog op de zondagse eredienst) dreunde lang na. Maar deze risico’s bestaan nog steeds.

Het probleem is misschien wel. dat de PKN eerst een rigide positie innam. De minister en het Interkerkelijke Contact in Overheidszaken (CIO) rieden kerkdiensten met reguliere bezoekers af. Alleen internetkerkdiensten waren verantwoord. De PKN deed daar nog een schepje bovenop: er zou helemaal niet meer gezongen mogen worden, ook niet door een tot vier voorzangers. Zo’n draconisch besluit is op den duur natuurlijk niet vol te houden. Met als gevolg: zo onbegrijpelijk strak deze kerkgemeenschap zich eerst opstelde, zo onbegrijpelijk ruim nu.

Is er dan niets te zeggen voor de openstelling van de kerkdienst voor 30 bezoekers naast de directe medewerkers? In grote kerkgebouwen zeker wel. Ik heb het altijd onbegrijpelijk gevonden dat er in Gouda in de Sint Jan helemaal geen kerkbezoek meer werd toegelaten. Maar dat aantal is niet nu pas aanvaardbaar, nu het kennelijk niet vol te houden is. Dat was al die tijd al het geval. Was de PKN toen te bang voor de publieke opinie? Maar bij het eerste het beste incident slaat die zomaar weer om. Dat is gemakkelijk te voorspellen.

Maar het is toch geen schande om op je schreden terug te keren, wanneer je tot de ontdekking komt dat je te ver bent doorgeschoten? In geen geval. ‘Omkeer’ of ‘bekering’ is zelfs een hoofdthema in de christelijke boodschap. Maar laat de kerkleiding dan eerlijk erkennen dat ze eerder te streng is geweest. Ook zo’n erkenning is het geloof niet vreemd.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen